West-Australië en Northern Territory

Australië staat al heel lang op ons wensenlijstje. Vroeger had ik een kaart van Australië boven mijn bed hangen met het idee om ooit naar het land toe te gaan om al die beestjes daar te bekijken (waarschijnlijk omdat ik in die tijd veel naar Steve Irwin keek). En nu is het dan eindelijk zover. We gaan bijna de volledige zomervakantie naar dit grote land toe. Daarvoor hebben we natuurlijk wel wat keuzes moeten maken, want het land is veel te groot om in 1 keer alles gezien te hebben. Onze uiteindelijke keuze is gevallen op de minder bereisde westkant van Australië. Dat betekent dat we de bekende plekken zoals Sydney en Uluru niet gaan zien. Maar het betekent ook dat we geen binnenlandse vluchten hoeven te nemen en dat we in het noorden in de goede tijd van het jaar zitten. De seizoenen zijn natuurlijk omgekeerd aan die van ons, dus in onze zomer is het daar winter. Voor het zuiden, waar we gaan starten, betekent het dat het relatief koud en regenachtig kan zijn. Voor het noorden, waar we de meeste tijd doorbrengen, betekent het dat het het droge seizoen is en dus het beste seizoen om te reizen. We hebben dus ervoor gekozen om me een huurauto (4wd) van Perth naar Darwin te gaan in ongeveer 30 dagen. Vlucht en auto hebben we geboekt bij Pacific Island Travel. Overnachtingsplaatsen hebben we zelf geregeld via booking.com of websites van de plekken zelf. Overnachtingsplekken zijn heel divers, van B&B’s tot permanent tents.

Blog van dag tot dag
Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zaterdag 15 juli en zondag 16 juli: welcome in the land down under

We hebben vannacht geslapen bij de Park Inn by Radisson in de buurt van Schiphol. Na alle horrorverhalen over de drukte op Schiphol wilde we niet te laat komen. Maar ook omdat ons vliegtuig rond 11 uur vertrok en we dus al heel erg vroeg uit Limburg moesten vertrekken wanneer we geen hotel hadden gehad. Nu was het dus een rustige start, met de shuttlebus naar Schiphol. We waren rond 8 daar en om half 9 waren we al bij de gate. Wat nu drukte? Misschien hadden we geluk, we konden overal zo doorlopen. We vlogen met Singapore Airlines en de eerste vlucht was zo’n 12 uur. Deze verliep verder prima, af en toe wat hobbels door de turbulentie maar verder kwamen we zelfs wat eerder dan verwacht in Singapore aan. Daar hadden we zo’n 2 uur voor de overstap. Aangezien we ongeveer bij de gate naast onze arrival gate moesten zijn hadden we die tijd niet echt nodig. We moesten wel weer opnieuw door de security. Blijkbaar hadden ze bij mij iets gezien want ze begonnen me te vragen over spray die ik niet bij had. Op een gegeven moment zei de jongen van de security dat ik door kon, dus het zal wel goed zijn geweest (nadat ik eerst alles eruit had moeten halen). De vlucht naar Perth was een korte in vergelijking met de eerste: 4 uur en drie kwartier. Maar toch is zo’n reis behoorlijk vermoeiend want slapen in een vliegtuig dat lukt niet echt.

We waren natuurlijk door het programma border security erg zenuwachtig voor de Australische customs. Nou, dat was nergens voor nodig. De douane beambte vond het maar apart dat we allebei zoveel voornamen hadden en bij de check van de koffers werden deze alleen gescand en konden we door. Niks geen cameraploeg die ons op stond te wachten, toch wel een teleurstelling.

Eenmaal buiten hebben we de bus gepakt naar het centrum, de shuttle bus die ik eigenlijk wilde nemen was blijkbaar in januari opgeheven. Nu hadden we een ‘gewone’ bus, die ook nog goedkoper was ook (5 dollar pp) en we werden vlakbij het hotel afgezet. Heel handig! We konden ook gelijk inchecken en om toch al aan de nieuwe tijdzone te wennen (ondanks de 24 uur geen slaap) hebben we een korte wandeling naar het centrum van Perth gemaakt, waarbij het eindpunt de bell tower van Perth is (of zoals ze zelf zeggen, “they have the big ben, we have the bell tower”). Onderweg hebben we al een aantal vogels en planten gezien die je bij ons niet zomaar tegenkomt.

      

Vanavond is het voor de rest vroeg slapen (of toch een stukje van de F1 GP kijken) en dan morgen verder de stad verkennen.

Het is trouwens best fris hier in Perth, het is dan ook winter. Het was zo’n 17 graden met een fris windje en bewolking. Dat is ook 1 van de redenen dat we hier gestart zijn, vanaf nu zou het weer alleen maar beter moeten worden.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Maandag 17 juli: doing time in Fremantle

In tegenstelling tot onze reizen naar Amerika en Canada waar we meestal midden in de nacht alweer klaar wakker waren hebben we nu (voor ons doen) lang geslapen tot een uur of 8. Die lange reis hakt er toch wel even. Vandaag hebben we dus ook rustig aan gedaan. Eerst ontbijten op de hoek van de straat bij the coffee club. We merken dat Australie een redelijk duur land is. Eieren, brood en tomaat kost 12 dollar (zo’n 8 euro). Gelukkig is het ontbijt bij een paar overnachtingen inclusief en voor de rest kunnen we het zelf maken.

Na het ontbijt lopen we naar het treinstation van Perth, we hebben namelijk besloten om naar de voorstad Fremantle (ook wel Freo genoemd) te gaan en volgens de jongen van de receptie is de trein “the cheapest and fastest way”. Kaartje gekocht en gelijk krijgen we een hele uitleg van enthousiaste kaartjescontroleur over waar we nog meer naartoe kunnen gaan in Perth. Hij vond dat we ook naar de oudste windmolen van de zuidelijke hemisfeer moesten gaan, maar daar hebben we helaas geen tijd meer voor gehad. Met de trein was het zo’n 30 minuten naar Fremantle en onderweg zagen we voor het eerst, maar waarschijnlijk niet voor het laatst, de Indische oceaan.

In Fremantle zijn we naar de gevangenis gelopen. Daar konden we gelijk mee met de tour. We hebben uiteindelijk twee tours gedaan (“doing time” en “the great escape”). De gevangenis is gebouwd ergens rond 1855 in eerste instantie voor de Engelse gevangenen die naar Australie werden gebracht, maar later werd het ook gebruikt voor ‘gewone’ gevangenen. De gevangenis is pas in 1991 gesloten en is nu een world heritage site. Tijdens de tour zijn we in het mannencomplex en het vrouwencomplex geweest. Het deed ons heel erg denken aan Alcatraz, de cellen waren erg klein en het leven was heel erg gereguleerd.

    

Bij de vrouwen was het nog erger. Geen warm water (tot ergens in 1960) en wanneer de vrouwen niet werkten moesten ze met vier vrouwen in 1 kooi van 9 tot 5. Deze kooien stonden in de volle zon en in de zomer kan het gemakkelijk veertig graden worden. Geen pretje dus. Bij het vrouwencomplex waren ook een paar arrestboeken te zien van enkele gevangen. Zo zag je bijvoorbeeld dat een vrouw twee weken had gekregen omdat ze dronken was en kreeg een paar maanden omdat ze iets gestolen had.

  

We kregen ook een aantal verhalen te horen over gevangenen die ontsnapt waren. Het grappigste verhaal was over een man die nog twee dagen moest van zijn straf. Om hem wat werk te geven mocht hij nieuw cement op de buitenmuur doen. Terwijl hij daarmee bezig was viel hij per ongeluk van de muur buiten de gevangenis (zonder iets te breken). Hij rende naar de ingang van de gevangenis maar de bewaker daar zei “ga weg, dit is een gevangenis” (ondanks dat de gevangene groene gevangeniskleren aanhad). Niemand had hem zien vallen dus er was geen alarm gegaan dat hij ontsnapt was. Toch bleef de gevangene kloppen en uiteindelijk is hij weer binnen gelaten en kon hij de volgende dag echt naar buiten. Sommige gevangenen hadden toestemming gekregen om op de wand van hun cel te tekenen, wat een paar mooie kunstwerkjes opleverde.

 

Na de gevangenis liepen we via het parkje naar de haven. Hier zagen we een grote groep corella (witte kaketoe). Aangezien wij en een paar andere toeristen de enige waren die ze aan het fotograferen waren is dat blijkbaar niet speciaal, maar voor ons was het nu nog wel bijzonder.

 

Vervolgens hebben we nog de Shipwreck Galleries bezocht. Hier was veel Nederlandse geschiedenis te zien. Vier schepen van Nederlandse komaf zijn voor de kust van West Australie vergaan. In het museum zijn restanten te zien van spullen die de schepen aan boord hadden, maar ook een stuk van de boeg van de Batavia. De Batavia was een VOC schip en is in 1629 vergaan voor de kust. Het is vooral bekend geworden omdat een gedeelte van de bemanning muiterij pleegde. Ook was er een expostitie over de reizen van Dirk Hartog (eerste Europeaan die de westkust van Australie ontdekte en in kaart bracht).

     

Onderweg naar het station zagen we nog een paar voorbeelden van de goed bewaarde architectuur waar Fremantle ook bekend om staat.

  

Daarna zijn we met de trein terug gegaan naar Perth waar we aan de Elizabeth Quay een lekkere pizza hebben gegeten met uitzicht op de skyline van de stad.

   

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Dinsdag 18 juli: de roadtrip is begonnen!
Ook vandaag hebben we weer uitgeslapen tot 8 uur. Toen even koffers ingepakt, uitgecheckt bij het hotel (koffers even in de luggage room gelaten) en weer gaan ontbijten bij de coffee club. Toen het een uur of half elf was zijn we naar de dichtsbijzijnde halte van de yellow CAT gelopen. Het CAT systeem is een gratis bussysteem in Perth van vier verschillende routes. Heel erg handig en er wordt ook veel gebruik van gemaakt. De bus stopte dichtbij het stadskantoor van Europcar, waar we onze auto moesten oppikken. Het meisje achter de balie had al gelijk door dat wij degene waren die de auto voor Darwin moesten hebben. Na het afhandelen van het papierwerk en keuren van de auto (die al wat wear en tear had) konden we op weg. De auto is trouwens een Mitsubishu Pajero.

Eenmaal op weg zijn we 45 minuten naar het noorden gereden en gestopt bij Yanchep Nationaal Park. Hier hebben we gelijk een Holiday parkpas aangeschaft zodat we de komende dertig dagen alle parken in West-Australië gratis kunnen bezoeken. We zagen al direct een parkiet op het gras zitten, later kwamen er nog meer aangevlogen.

 

De reden dat we naar dit park wilden gaan was omdat hier koala’s te zien zijn. De koala leeft aan de oostkant van Australië, dus wij zien ze deze vakantie niet in het wild. De koala’s in Yanchep hadden net gegeten dus zaten allemaal hoog in de bomen te slapen. Op eentje na, die was nog van de eucalyptus aan het smikkelen (rook lekker trouwens). Maar die koala bleef steeds met zijn kont naar ons toe zitten. Toch was het wel leuk om de beestjes gezien te hebben in hun thuisland.

 

Op weg naar de parkeerplaats spotte Antoine de eerste kangaroe. Later zagen we langs de weg nog een aantal dode kangaroes liggen.

 

Onze volgende bestemming was Nambung NP, waar de pinnacle desert te zien was. De pinnacles zijn pilaren kalksteen in verschillende maten. De hele vlakte staat er vol mee. We waren daar toen de zon onder aan het gaan was, wat een mooie gloed op de pinnacles gaf.

     

Vervolgens zijn we doorgereden naar ons hotel in het vissersstadje Cervantes. Op het menu vanavond stond dan ook verse vis. Dat smaakte goed!

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Woensdag 19 juli: Bacteriën en algen
Vandaag was een zogenaamde verbindingsdag: veel kilometers maken (zo’n 400) om van de ene plaats naar de andere te komen en onderweg een paar keer stoppen. De eerste stop was in Cervantes zelf. Hier ligt namelijk ook Lake Thetis waar levende stromalieten te zien zijn. Stromatolieten zijn eigenlijk cyanobacterien die sediment vasthouden, wat resulteert in een gesteente dat veel kalk bevat. Ze zijn zeer oud, zo’n 3,5 miljard jaar.

 

Vervolgens zijn we doorgereden naar Geraldton, de grootste stad tussen Perth en Broome. Hier hebben we wat inkopen gedaan zodat we de komende dagen ook een keer zelf kunnen kopen. De vrouw van het hotel in Cervantes gaf ons de tip om in Geraldton boodschappen te doen omdat je daar tenminste een iets grotere en dus goedkopere supermarkt hebt. Ook hebben we nog het West Australian Museum bezocht. Deze hoort ook tot de musea die we in Fremantle bezocht hebben. Ook hier was iets te zien over de Batavia maar ook over de geschiedenis van West-Australië zelf.

 

Vervolgens hebben we nog een stop gemaakt bij Hutt Lagoon, het roze meer. Deze roze schijn komt doordat de algen die in het meer leven beta-caroteen produceren.

 

Toen kwamen we weer bij de Indische oceaan met een paar prachtige uitzichten op de kliffen bij Kalbarri.

   

Vanaf de uitzichtpunten had je een goed uitzicht op de oceaan en overal waar je keek zag je de “blow” van een walvis. Echt tientallen bultruggen kwamen voorbij gezwommen en heel vaak sprongen ze uit het water. Ze trekken nu vanuit Antarctica naar het noorden om jongen te krijgen. Het was echt een mooi gezicht, zoveel walvissen. Alleen lastig om op te foto te krijgen want ook al zijn het grote dieren op die afstand zijn ze toch heel klein.

   

Voordat het donker werd zijn we maar doorgereden naar onze b&b voor de avond (two tin cow) waar de eigenaar ons de tip gaf om te eten bij Finlays Fresh Fish BBQ. Dat was weer een goede tip. Ook zei hij dat ze verwachten dat er morgen en overmorgen een flinke swell zal zijn (dus ruige zee), dus morgen gaan we weer walvissen en kliffen kijken!

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Donderdag 20 juli: een winderig dagje strand
We beginnen de dag met een ontbijt met uitzicht op de opkomende zon. Ook zien we aan de overkant van de straat enkele kangaroes in het veld staan, eentje zels met twee jonkies (een grotere en een kleine).

 

Na nog even gekletst te hebben met de eigenaren (en weer wat tips te hebben gekregen over wat we kunnen bezoeken) vertrokken we richting Kalbarri. Om kwart voor 9 worden daar elke ochtend de pelikanen gevoerd. Deze ochtend waren er vijf Australische pelikanen die wel een visje wilde hebben. Deze pelikanen zijn vrijwel helemaal wit van kleur in tegenstelling tot de bruine pelikanen die we in Amerika en Costa Rica hebben gezien.

 

Na het voeren van de pelikanen wilden we naar de rivier gorges van Kalbarri NP rijden. Toen we echter het dorp net uit waren stond er een groot bord dat de weg naar Z-bend en Nature’s window was afgesloten vanwege regen en wegwerkzaamheden. Daar wilden wij eigenlijk net naartoe gaan. We zijn het gaan navragen bij de toerist info en helaas bleef de weg voorlopig nog even dicht. Dus toen zijn we maar de verschillende uitkijken op de kliffen afgegaan. Het was heel winderig en regenachtig vandaag, wat de zee inderdaad erg onstuimig maakte. Hoge golven kwamen aangerold, toch wel een heel spektakel om te zien.

     

Helaas waren er bijna geen walvissen te zien vandaag. Degene die er waren zwommen alleen en sprongen niet uit het water. Waarschijnlijk was ook voor hen de zee wat te onstuiming.

 

Vandaag hebben we verder ook nog een heleboel kangaroes gezien. Zowel in de bosjes bij de kliffen, als op een groot open veld met een grote groep bij elkaar.

   

Voor de rest hebben we het rustig aangedaan en hebben we zelf eten klaargemaakt in het gezamenlijke keukengedeelte van de b&b (wij zijn de enige gasten op het moment). Toen zagen we nog ineens een aantal emoes voorbij komen langs het raam, een goede afsluiter van de dag want die hadden we nog niet gezien.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Vrijdag 21 juli: van de ene b&b naar de andere b&b
Vandaag was weer een verbindingsdag. Na weer een heerlijk ontbijtje met uitzicht op een paar kangaroes was het tijd om afscheid te nemen van Lui en Karen en hun superlieve hond Occy.

Ons uiteindelijke doel vandaag was Denham, maar we hadden natuurlijk weer een paar stops gepland onderweg. De eerste was in Kalbarri NP en wel bij de lookouts die wel toegankelijk waren, Ross Graham en Hawks head. Deze punten kijken uit op de Murchison River die door het park stroomt.

 

Vervolgens gingen we door richting de Shark bay world heritage drive. Hier zijn we eerst gestopt bij Hamelin Pool. Ook hier zijn weer stromatolieten te vinden (soortgelijk als degene die we bij Lake Thetis gezien hebben). Hamelin pool staat vooral bekend om de diversiteit aan stromatolieten.

   

De tweede stop was bij Shell Beach. Dat is een strand van zo’n 60 km helemaal vol met schelpen, blijkbaar tot wel 10 meter diep. Was wel bijzonder om te zien.

  

Daarna zij we doorgereden naar de b&b waar we weer twee nachten zullen blijven. We kwamen erg vroeg aan maar daarvoor konden we nog boodschappen gaan doen om weer zelf te koken in onze eigen buitenkeuken. Vlak voor zonsondergang kwamen ook hier de kangaroes (ofja deze soort heet euro) tot aan het huis. En ook liep er een emoe door de bosjes aan de overkant van de straat.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zaterdag 22 juli: ‘crossen’ door het zand
Vandaag zijn we pas rond 8 uur opgestaan. Bij deze b&b moet je de dag vantevoren aangeven wat je graag voor ontbijt wilt en dat krijg je dan in een mandje mee. Omdat we een eigen keuken hebben kunnen we dan in de ochtend alles zelf klaar maken (eieren, brood toasten etc). Rond 9 uur vertrokken we voor een dagje in het Francois Peron NP. Phil (de eigenaar van de b&b) had ons al wat uitleg gegeven over hoe te rijden in het park. Het park is namelijk alleen toegankelijk voor High clearance 4wd omdat de weg grotendeels uit zand bestaat.

Voor we naar het park reden zijn we nog even gestopt bij de supermarkt voor wat broodjes als lunch. Daarna op naar het park. Vlak na de ingang is een plek waar je de lucht uit je banden moet laten. Phil had ons al gezegd dat we het beste rond 20 psi konden zitten. Even verderop stonden een paar rangers die zeiden toch nog wat extra lucht eruit te laten omdat het zand erg zacht was en het risico groot was dat we anders vast zouden komen te zitten. En toen gingen we op weg, was wel even flink wennen in het begin. Phil had ons uitgelegd dat er eerst een groot stuk rode zand was dat redelijk te berijden was. Daarna kwamen twee ‘clay pans’, die ook wel ok waren maar een beetje bumpy. En daarna kwam 5 km aan zacht zand waar de 4wd toch even hard moest werken.

  

Daarna nog een stukje rood zand en toen waren we eindelijk na zo’n 2 uur op Cape Peron, het uiterste puntje van het park. Dat was de rit wel waard: prachtige rode kliffen, wit strand en blauwe zee. In de verte zien we een paar dolfijnen zwemmen en aan het strand zelf zitten veel zeevogels.

   

Daarna rijden we een kleine stukje terug naar Skipjack point. Vanaf hier kijk je vanaf een boardwalk op het water. In eerste instantie zien we niks tot we op een gegeven moment iets zien bewegen: haaien! Er zwemmen zeker een stuk of 10 haaien in het water onder ons. En ook hier weer mooie rode rotsen en strakblauw water.

   

Dan is het tijd voor lunch, dat doen we bij Bottle bay. Hier heb je strand toegang voor boten (we kwamen onderweg ook een paar auto’s met boot tegen over die zandweg). Maar wij eten ons broodje op met uitzicht op de zee.

 

Dan is het tijd om weer terug te gaan rijden. Dat gaat sneller dan de heenweg en in iets minder dan anderhalf uur zijn we weer terug bij de plek om onze banden op te pompen. Op weg naar de b&b komen we nog een familie emoe tegen.

En terwijl we ons avondeten klaarmaken trakteert Sharkbay ons nog op een mooie zonsondergang.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zondag 23 juli: snorkelmasker uitproberen
Vandaag was weer een verbindingsdag van veel kilometers (bijna 700). Dat betekende vroeg opstaan en doorrijden naar het noorden. Omdat we vandaag zoveel kilometers moesten maken hadden we ook niet veel tijd om ergens te stoppen. Wel zijn we onderweg de steenbokskeerkring gepasseerd.

De enige stop die we hebben gemaakt was bij Coral Bay. Hier hebben we een uurtje gesnorkeld. Je kunt hier namelijk op een meter van het strand al vissen zien. Voor mij was dit fijn om mijn nieuwe snorkelmasker (full face mask) te testen. Het koraal zelf was heel bleek en veelal dood omdat er ook veel bootverkeer is, maar toch zaten er veel vissen. Foto’s zijn wat minder, want er was veel zand in het water.

   

Na het snorkelen moesten we nog een dik uur door naar Exmouth, waar we de komende twee dagen gaan doorbrengen.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Maandag 24 juli: zwemmen met de grootste haai op aarde
Vandaag stond een excursie met Ningaloo whaleshark tours op de planning. Dat betekende vroeg opstaan, want we werden al om 7:20 bij het visitor centre van Exmouth verwacht. Eenmaal daar moesten we nog even langs wat andere hotels om mensen op te pikken en toen was het op weg naar de boot. Met de boot gingen we eerst naar binnenrif van Ningaloo om te kijken hoe het snorkelen ging.

  

Ondertussen was er een spottervliegtuig de lucht in gegaan op zoek naar walvishaaien. De walvishaai is de grootste vis op aarde (kan 14 meter lang worden), maar is heel vriendelijk. Hij eet alleen maar plankton en krill. Zodra een walvishaai gespot was het go go go. Omdat open zee en ik niet goed samen gaan met zwemmen bleef ik op de boot. Antoine heeft een stuk of vijf keer gezwommen met twee verschillende walvishaaien. Het was hard werken om de vis bij te houden (ook al is het vrij kort dat je in het water bent).

 

   Whaleshark

Na de walvishaaien hebben we nog een stukje gevaren om bultruggen te spotten.

Na de lunch was het nog tijd voor een snorkelstop in het binnenste reef.

 

Daarna was het weer terug naar de haven en naar de stad. Hier hebben we nog even rondgelopen (er kwamen nog wat luidruchtige corella over), voordat we zijn gaan eten bij de bbq father (een Italiaan met Amerikaanse invloed).

  

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Dinsdag 25 juli: visjes en wallabies
Omdat morgen weer een lange rijdag wordt hebben we vandaag uitgeslapen tot half acht. Eenmaal opgestaan hebben we lekker ontbeten. Ook hier in Exmouth verblijven we weer in een b&b met wederom heel aardige eigenaren die ons allerlei tips geven. Zo hebben we ook nog extra handdoeken meegekregen en flippers om te snorkelen.

Na het ontbijt zijn we naar Cape Range NP gegaan. Dit was nog een flink stukje rijden, want hoewel het park aan de andere kant van het schiereiland ligt kun je niet dwars over land maar moet je helemaal rond. Na een uurtje waren we bij Oyster Stacks. Een plek waar je alleen maar met hoogtij kan snorkelen (en dat was nu). Het in en uit het water gaan was nog wel wat lastig omdat het via de scherpe rotsen moest. Eenmaal in het water waren er weer wat mooie vissen te zien.

 

Na het snorkelen zijn we doorgereden naar het einde van de weg bij Yardie creek. Yardie is de aboriginal benaming voor kreek, dus eigenlijk staat het er dubbelop. We hebben daar eerst onze lunch opgegeten in gezelschap van een paar gevederde vrienden.

 

Vervolgens hebben we de boottour gedaan met de gids Boxy. De Yardie creek gaat zo’n km langs een mooie kloof en in die kloof zijn black footed rock wallabies te vinden. Ze zijn zo’n halve meter hoog met een hele lange staart. Het zijn nachtdieren, maar ze komen rond de middag naar buiten (er is een heel grottensysteem) om op te warmen in de zon. Het is dat Boxy ze aanwijst want ze zijn goed gecamoufleerd, dus ze vallen niet gelijk op.

    

We zien ook nog een nest van een visarend (osprey) waar blijkbaar twee kuikens inzitten. Mama of papa is in de buurt en houdt het allemaal in de gaten.

 

De kloof zelf is ook prachtig. Het is eigenlijk allemaal witte kalksteen, maar door de jarenlange of zelfs eeuwenlange weersinvloeden heeft het deze kleur gekregen.

   

Na de boottour zijn we nog een stukje langs de kloof omhoog gelopen en ook daar zien we nog een wallabie zitten.

Vervolgens zijn we weer teruggereden en gestopt bij Lakeview om nog een keertje te snorkelen. Bij Oyster stack was het vanochtend heel druk maar hier waren maar twee andere mensen. Het was ook een prachtige plek om te snorkelen met vrij grote vissen, Antoine heeft zelfs twee octopussen gespot.

    

Na nog een keer avondeten bij de bbq father (was goed bevallen) gaan we vroeg slapen. Morgen vertrekken we richting Mount Augustus en zullen dan waarschijnlijk een hele poos geen wifi hebben. Het kan dus zijn dat we deze blog pas kunnen updaten wanneer we thuis zijn. Dus geen zorgen wanneer er geen nieuw verhaal komt, we hebben gewoon geen internet ter beschikking de komende drie weken.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Woensdag 26 juli: van blauwe zee naar rood stof
Het is weer vroeg opstaan zodat we om 7 uur kunnen vertrekken naar Mount Augustus. Eerst nog even de auto vullen met diesel en dan gaan we op pad. De ruim 500 km die we vandaag moeten afleggen gaan gedeeltelijk over unsealed roads (dirt roads) en de manager van de overnachtingsplek zei dat we er waarschijnlijk zo’n 7 tot 8 uur over zouden doen. De wegen zijn op zich goed berijdbaar, maar er zijn stukken met veel stenen.

De eerste 200 km is in ieder geval nog over asfalt en dan draaien we de weg op richting Lyndon. Op de dirtroad komen we al gelijk een paar ‘stray animals’ tegen. Een paar koeien kijken ons raar aan en ook een kangoeroe rent snel voor ons over.

 

Halverwege stoppen we even om de benen te strekken en wat te eten. We zijn gestopt bij een ‘floodway’. Deze gebieden staan in de regentijd onder water. We komen langs heel veel van deze drooggevallen kreken. Het is moeilijk voor te stellen dat hier zoveel regen kan vallen, maar markeringen langs de weg geven aan hoe hoog het water kan staan. Nu is alles droog en alles zit onder het rode stof, hoe hard je het ook probeert te vermijden.

 

Met nog zo’n 100 km te gaan hoorde we ineens pfieeeeuw. Platte band rechtsachter. De band is helemaal gescheurd aan de zijkant, waarschijnlijk een scherpe steen geraakt. Dan moeten we dus uitzoeken hoe we de band kunnen verwisselen. We hebben twee reserve banden bij ons. Gelukkig ging het allemaal redelijk snel en waren we na zo’n half uur weer op weg. In die tijd is ook niemand langs gekomen. Ik denk dat we op de hele 300 km die we op dirt road hebben gereden vier auto’s zijn tegengekomen en dat waren ook nog eens bijna allemaal service auto’s. Nu maar hopen dat de andere banden het voorlopig houden. Met 1 reservewiel is toch niet zo fijn, we hebben al horrorverhalen gehoord over mensen die 10 banden kapot hadden gereden. Als dat gebeurt hebben we een probleem want er is geen telefoonontvangst in dit gebied.

 

De weg wordt ook weer wat beter de laatste 50 km en we komen rond half vier bij Mount Augustus toerist park aan. We hebben hier een “self contained unit”, dus met eigen keuken en douche en wc. Er staan hier veel caravans. Over het algemeen wat oudere mensen die ze hier ook wel de ‘grey nomads’ noemen. Het zijn ouderen die met pensioen zijn en met de caravan het land doortrekken op een rustig tempo. Na het inchecken vragen we aan de man van de wielreparatie of er nog iets gedaan kan worden aan onze band. Maar helaas, die kan niet meer gemaakt worden. Hij biedt ons aan om een tweedehands band erop te leggen en dat nemen we maar aan want we hebben nog een paar dirt roads met stenen te gaan. We bellen (via een telefooncel met een belkaart, lekker ouderwets) maar even met Europcar of dat ok is. En de man aan de telefoon zegt dat ze het normaal altijd regelen met bepaald bedrijf dat banden maakt maar dat wij in the middle of nowhere zitten en dat we dus het aanbod van de man maar aan moeten nemen. Wanneer we dan richting Broome gaan moeten we even bellen of er nog een afspraak gemaakt moet worden voor een andere band.

Na dat geregeld te hebben gaan we langs de vrijwilligers van het park om te kijken wat we morgen allemaal kunnen doen. We hadden al besloten niet de summit hike te doen want dat zou de hele dag kosten en is vrij inspannend (het wordt morgen 30 graden). We hebben nu tips gekregen voor een aantal korte wandelingen. De man zei ook dat we nu nog naar Emu hill lookout konden gaan om daar de zonsondergang te bekijken. De berg krijgt dan een mooie dieprode kleur. Dus dat deden we nog even (ofja even, 30 km rijden). Het was wel een goede tip, want het uitzicht was werkelijk prachtig!

Na terugkomst hebben we gekookt en nog even naar de sterrenhemel gekeken. Er is hier amper strooilicht en een hele heldere hemel. Je ziet dus heel veel sterren en zelfs de melkweg. Prachtig om te zien, zoveel sterren zie je in Nederland niet.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Donderdag 27 juli: Mount Augustus verkennen
Vanochtend werden we gewekt door een ‘flock’ van zo’n 60 gallahs die zich in de bomen voor onze unit hebben verzameld. Na een uurtje lawaai maken zijn ze weer weg. Wij ontbijten en gaan dan op zoek naar de bandenman. Helaas heeft hij slecht nieuws voor ons, ze hebben geen band die op onze velg past. We moeten dus richting Karijini met maar 1 reservewiel.

 

We beginnen daarna aan ons rondje om de berg, of heuvel zoals ze het hier noemen. Mount Augustus is de grootste monoliet ter wereld (dus groter dan Uluru). De aboriginal naam is Burringurrah. Deze naam komt van een jongen die zijn ‘initiation into manhood’ afbrak omdat het te zwaar was en wegliep. Dit is tegen Aboriginal wet, de jongen werd achtervolgd en met een speer in rechterbovenbeen neer geveld. De jongen viel, probeerde weg te lopen maar werd geraakt door een stok. Hij viel neer en overleed, liggend op zijn buik met zijn linkerbeen gebogen naast zijn lichaam. En zo is Mount Augustus dus gevormd volgens de aboriginals (de wajarri people). Vanuit de juiste hoek zou je de jongen moeten zien liggen met zijn verwondingen ook zichtbaar.

Wij gaan een paar korte wandelingen maken, te beginnen met Ooramboo. Hier zijn tekeningen van aboriginals te zien op de rotswand. Even verderop is de korte wandeling naar petrogliefen, ook gemaakt door de aboriginals.

 

Vervolgens gaan we door naar Cattle pool. Hier doen we een korte trail langs de oevers van de pool en we zien ook een aantal vogels. We moeten wel heel rustig lopen want anders vliegen ze zo weer weg.

   

De laatste wandeling doen we bij Gum grove. Hier staan heel veel gum trees. Deze ruiken heerlijk naar eucalyptus. Antoine zegt dat het zijn favoriete boom is omdat zijn neus ervan open gaat in plaats van dicht door hooikoorts.

  

Tijdens het koken van avondeten komen de gallahs weer terug, ofja een gedeelte, het zijn er minder dan vanochtend. Ze lijken de kraan van de sprinkler installatie wel interessant te vinden en vechten om een plekje erbovenop zodat ze wat kunnen drinken.

 

Ook vanavond kijken we weer naar de sterrenhemel en proberen een paar foto’s ervan te maken die redelijk lukken.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Vrijdag 28 juli: blote voetenpad voor de auto
Vanochtend was het vroeg opstaan voor de lange rit naar Karijini. Om klokslag kwart voor zeven kwamen de gallahs weer aanzetten en dat was ook de tijd dat wij vertrokken. Qua kilometers was de route vandaag bijna 550 km, maar meer dan de helft hiervan was over dirt road. Deze weg was weer anders dan twee dagen geleden. Het eerste stuk was een aaneenschakeling van crest (heuvels dat je niet ziet wat erna komt), dips en floodways door droge rivierbeddingen. En dan ook het eerste stuk nog over met name stenen. Daarnaast kwamen we nog zand, grit en rode stof tegen. We hebben de 300 km over de dirtroad met 40 km per uur afgelegd, dus we hebben er zo’n 7 uur over gedaan. Onderweg zijn we drie andere auto’s tegengekomen. Dat is best een raar gevoel, want je waant je echt in de middle of nowhere. Er waren onderweg wel mooie uitzichten op het omliggend landschap.

       

Omdat je niemand tegenkomt ga je soms aan jezelf twijfelen of je wel op de goede weg bent. Dan is het fijn wanneer er af en toe een wegwijsbordje staat.

Daarna kwamen we op de asfaltweg naar Paraburdoo. Dat is weer even wennen na het af en toe flink door elkaar geschud worden op een stuk corrugated road. In Paraburdoo hebben we getankt en even wat langer pauze gehouden. Het is te zien dat we in een mijnstreek zijn, hier stond al gelijk een grote machine.

Daarna nog het stuk naar Karijini eco retreat waar we de komende twee nachten zullen doorbrengen. Dit is toch een stuk commerciëler dan Mount Augustus waar je meer het gevoel had tussen de Australiërs te zitten. Hier hebben we een mooie safaritent met douche en wc in de buitenlucht. We eten wat in het restaurant en gaan dan vroeg slapen na een tocht van bijna 10 uur.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zaterdag 29 juli: gorgeous gorges
Het is heerlijk slapen in de safaritent. Ze hadden gewaarschuwd dat het ’s nachts afkoelt, maar het valt wel mee (of we hebben gewoon een warme deken). Het heeft wel wat, want we worden weer wakker met de geluiden van de natuur. De vogels beginnen even voor zonsopkomst met fluiten (dit keer geen gallahs). Wat wel even wennen is, is dat er bij het doortrekken van de wc een kikker tevoorschijn kan komen. Omdat de wc buiten is komen ze op het water af. Tot nu toe is het de enige die we gezien hebben, maar volgens het blaadje bij de wc is het juist een teken van een gezond watersysteem.

Na het ontbijt lopen we naar Joffrey Gorge, deze ligt dichtbij de safaritenten. Het is een mooi voorbeeld van de typische kloven van Karijini: rood gesteente met groene bomen en planten en helemaal onderin water.

 

Wanneer we weer teruglopen hoor ik ineens wat geritsel naast me. Ik draai me om en denk waarom heeft iemand daar een tuinslang neergelegd. Ownee, wacht we zitten in Australië, dat is een echte slang. Voorzichtig maak ik een foto, die niet echt lukt, en Antoine een filmpje. Gelukkig vind de slang ons niet interessant en glijdt weg in de struiken. Bij het hotel hebben ze een boekje met slangen en we proberen hem te identificeren, maar we komen steeds op zeer giftige varianten uit. Dat zal toch niet? We zullen het vanavond maar vragen bij het hotel.

We pakken de auto en rijden naar Weano Gorge area. Hier doen we een paar korte wandelingen naar een paar lookout waar meerdere kloven samen komen. Op weg naar de eerste lookout komen we alweer een slang tegen. Deze is was duidelijker zichtbaar, maar gelukkig vindt ook deze ons niet interessant en gaat richting de struiken zodat wij door kunnen lopen. We denken dat dit een olive python is, een slang die hier veel voorkomt en niet giftig is.

 

De uitzichten op de kloven zijn prachtig. Je kunt ook helemaal naar beneden lopen maar dit zijn klasse vijf wandelingen met steile afdalingen die we voor vandaag maar overslaan. We houden het wel bij de sensatie met de slangen. De volgende stop is weer Joffre Gorge, maar nu van de andere kant zodat de waterval te zien is. Even verderop ligt Knox Gorge en ook hier houden we even een stop.

    

 

Vervolgens rijden we naar Dales gorge area. Hier eten we eerst onze lunch op en vervolgens doen we de Gorge Rim walk tussen Circular Pool en Fortescue Falls. Hier komen we geen slangen tegen maar wel een paar kleine hagedisjes die heel goed gecamoufleerd zijn. Als ze niet bewogen hadden, hadden we ze niet gezien.

 

Ook hier zijn weer een aantal mooie wildflowers in bloei.

 

Bij terugkomst in het eco resort zien we een hele vlucht corella overkomen (en je hoort ze nog beter).

Bij het avondeten vragen we aan de ober of hij de slangen kan identificeren. Hij zegt dat we lucky zijn dat we twee slangen gezien hebben, de meeste mensen zien er geen. De eerste slang identificeert hij als een mulga. Een supergiftige slang, en daar hebben wij dus zo langs afgelopen, slik… de tweede denkt hij dat een olive python is, harmless zegt hij. Even later komt de kok naar ons toe. “I heard you guys saw two snakes today. Can i see the picture because the way he described that second one is not an olive python because they are very long, up to 6 metres”. Nou wij dus foto laten zien. Zegt hij dat dat ook een mulga is, maar dan een andere soort. Hmm, twee mulga vandaag dus. Hopelijk ook gelijk de laatste die we gezien hebben. De kok voegt er nog even aan toe dat de mulga het meeste gif in zijn prooi brengt bij een beet van alle slangen in Australië. Fijn om te weten…

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zondag 30 juli: heel veel roadtrains
We doen het rustig aan vanmorgen. Bij het ontbijt vraagt de ober met een big smile of we nog slangen gezien hebben. Hij vindt het toch wel leuk dat we er twee gezien hebben, blijkbaar toch bijzonder. Als we zeggen dat we nog richting de Kimberly gaan zegt hij dat mijn slangenradar daar waarschijnlijk ook zal werken.

Daarna vertrekken we richting Port Hedland. We maken nog een korte stop bij Mount Bruce, de tweede hoogste piek van west Australië. Vanaf de voet van de berg heb je uitzicht op de Marandoo mining site. Hier wordt ijzererts gewonnen door Rio Tinto.

We zijn nu in het mijn gebied en eenmaal op weg naar Port Hedland merken we dat ook aan de grote hoeveelheid road trains die hier rondrijden. De meeste hebben vier aanhangwagens, dus ze zijn zo’n 40 meter lang.

 

Port hedland zelf is ook een echte industriestad. Er ligt een grote berg zout en in de haven zijn een aantal grote containerschepen die het ijzererts meenemen.

 

Onze overnachtingsplek ligt aan het strand, dus we maken nog even een wandelingetje langs de oceaan. Hier komen we ook een groep grasparkieten tegen.

  

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Maandag 31 juli: 600 km rechtdoor richting het (noord)oosten
We beginnen de dag met de kwestie van onze reserveband. Toen ik in Mount Augustus had gebeld naar de Europcar vertelde ze me dat ik terug moest bellen wanneer we richting Broome gingen. Dat had ik dus gisteravond gedaan, maar de man die ik toen aan de lijn kreeg wist eigenlijk van niks. Hij adviseerde gewoon de band te laten vervangen, rekening bewaren en terug te claimen bij het inleveren. Hij zei dat ik maar even de klantenservice moest bellen om te checken of dat ook zo was. De klantenservice was natuurlijk dicht op zondag dus die kon ik vanochtend pas bellen. Daar schoot ik verder ook niks mee op want de mevrouw zei dat zij daar niet over ging en dat ik roadside assistance moest bellen, en die hadden me juist naar klantenservice verwezen. Van het kastje naar de muur dus.

In Port Hedland hadden we heel traag internet, maar wel snel genoeg om te zien dat de Beaurepaires in Broome (waarnaar roadside assistance ons verwezen had) permanent gesloten was. Zucht… er was wel een vestiging in Port Hedland dus om bij het begin terug te komen, daar stonden we dus om 8 uur om te vragen of de band vervangen kon worden. Gelukkig kom dat en konden we een uurtje later de band ophalen. Dat uurtje hebben we gevuld door weer even naar de haven te gaan. De Chinese Prosperiety die we gisteren al zagen was nu bijna gevuld (het schip lag duidelijk dieper in het water) en er was weer een nieuw schip gekomen om gevuld te worden. Bij het visitor centrum was de lijst te zien van alle schepen die hier aankwamen. De meeste daarvan gingen richting China.

 

Na een uurtje zijn we de band gaan ophalen. Ongeveer 530 dollar kostte het, die we hopelijk gaan terug krijgen van Europcar. En toen konden we eindelijk op weg. Vandaag stond weer ruim 600 km op het programma. Ons entertainment onderweg was om te kijken of tegemoet komende chauffeurs terug zwaaide of niet. Antoine vond dat hij het wel doorhad. Mensen (meestal ietwat ouder) met een caravan zwaaiden meestal niet terwijl mensen in een service auto altijd zwaaien.

Eenmaal aangekomen in Broome zijn we even naar de supermarkt geweest om daarna door te rijden naar het Broome Bird Observatory waar we overnachten. We zijn een beetje de vreemde eend 🙂 in de bijt want hier zitten over het algemeen echte vogelaars (om half zeven was een birdcount, iedereen kon zeggen welke vogels hij vandaag gezien had), maar we zitten hier wel midden in de natuur.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Dinsdag 1 augustus: vogels kijken
Ook hier worden we weer wakker door de vogelgeluiden rond onze kamer. We ontbijten in het shadehouse (de gezamenlijke keuken). Daar is ook uitzicht op verschillende vogelbaden waar een aantal honeyeaters gebruik van maken. Ook zitten er een paar agile walibis die van de vogelbaden gebruik maken om te drinken.

  

Na het ontbijt lopen we een korte trail bij het bird observatory. We komen langs de mudflats waar het op het moment eb is. Ook zien we (natuurlijk) een aantal vogels. Vanaf nu komt er ook een nieuw gevaarlijk dier op ons pad: de zoutwater krokodil. Er zijn de laatste dagen krokodillen gespot, maar wij zien er geen tijdens de wandeling. Bij terugkomst in het shadehouse zien we een grotere vogel. Dat blijkt een bowerbird te zijn.

We rijden naar Broome zelf om daar te stoppen bij Cable beach en Ganteaume point. Vooral die laatste is erg mooi. Er zijn daar dinosaurusvoetafdrukken gevonden die je alleen kan zien bij eb. Van deze afdrukken is wel kopie langs de trail dus die heb ik maar gefotografeerd. Verder was er in de vuurtoren een nest van een visarend. De rotsen waren ook erg fotogeniek.

   

We zijn nog even gestopt bij de supermarkt en daarna terug naar het bird observatory want daar hadden we om 15:00 een tour geboekt. Samen met twee anderen en gids Emilia gingen we naar Roebuck plains en Kidney Bay waar we vooral naar kustvogels hebben gekeken (de meeste namen ben ik vergeten). De Roebuck plains is een grote vlakte die tijdens het wet season grotendeels onderwater staat. In het droge seizoen blijft dan op sommige plekken water achter (zoals Kidney bay) waar een heleboel migrerende kustvogels op af komen. Dit jaar is een goed wet season geweest dus er zijn veel meertjes. Emilia vertelt ons van alles over de vogels. Ze is zelf vrijwilliger bij het observatory. Ze komt oorspronkelijk uit Taiwan, maar doet onderzoek naar migrerende kustvogels. Aangezien dit een hotspot is voor deze vogel is ze nu sinds oktober hier. Naast de vele kustvogels bij de meertjes zagen we veel brolga op de vlaktes en een aantal verlaten nesten van de glossy ibis. Tijdens de birdcount konden we dus wel iets zeggen vanavond.

    

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Woensdag 2 augustus: weer terug naar het strand
Vandaag een relatief kort ritje. We gaan 200 km ten noorden van Broome naar Cape Leveque. De eerste 100 km was wel weer dirt road met stukken corrugated (dus werden we weer door elkaar geschud) en zand. Het was wel een drukke weg, er kwamen veel tegenliggers (het is dan ook de enige weg van en naar Cape Leveque). En hier zwaait iedereen terug. Antoine denk dat dat komt zodat de chauffeurs laten zien dat ze de handen aan het stuur hebben (zwaaien is eigenlijk gewoon even vinger omhoog doen, maar stuur vast blijven houden). Nadat de dirt road was afgelopen zijn we even afgebogen naar Beagle Bay. Daar is namelijk een kerkje waarvan het altaar (en ook andere onderdelen) geheel versierd is met schelpen.

Daarna door naar Kooljaman waar we overnachten. We waren erg vroeg daar, al om 12 uur, maar onze hut was al klaar. Ook hier hebben we weer een safaritent met een apart gebouwtje met douche, wc, koelkast en wasbak. We hebben een veranda die uitkijkt op de oceaan en een eigen bbq. Ideaal dus. Alleen is het vandaag behoorlijk winderig, dus het is wel een beetje aan de frisse kant.

In de middag doen we rustig aan. We verkennen het terrein en de twee stranden. Het westelijk strand met zijn mooie rode rotsen, waar je niet mag zwemmen. En het ooststrand waar je wel mag zwemmen, maar dat doen niet veel mensen vandaag.

 

De zonsondergang bekijken we op het weststrand. De rotsen kleuren nog roder voordat de zon ondergaat. Het is nog steeds verbazingwekkend hoe snel de zon hier ondergaat. Zo staat ie nog boven het water en vijf minuten later is ie al geheel weg.

   

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Donderdag 3 augustus: op pad met Bundy
Vannacht was het extreem winderig. Af en toe leek het alsof de tent zo weg zou vliegen. Maar we werden wakker met de zonsopkomst omdat de zon zo op ons gezicht scheen.

Vandaag stond een excursie op de planning. We zouden op stap gaan met Bundy een aboriginal van de djarindjin gemeente. Om half negen hadden we afgesproken in zijn gemeente. Het was nog een kwartiertje rijden en toen was het nog even wachten op Bundy. Uiteindelijk kwam er nog een ander gezin en konden we op pad. Het was een tag-along tour wat inhoudt dat Bundy voorop reed en wij erachter aan. Omdat we over los zand moesten rijden moest de bandendruk weer terug naar 18 psi.

Na een stukje rijden stopten we bij een plek waar Bundy wat uitleg gaf over de bomen en de zaden die eetbaar waren. Daarna maakten we een vuur want het was tijd dat de mannen een speer gingen maken waarmee ze misschien erna een vis zouden vangen. Ze kregen een stuk hout, maar dat was nog niet helemaal recht. Met de warmte van het vuur moesten ze het hout rechter maken zodat het beter als speer zou dienen.

 

Daarna reden we een stukje verder. Bundy wilde namelijk gebruik maken van het veranderende tij. Het water was zich terug aan het trekken uit een kreek en daardoor zouden ook vissen voorbij kunnen komen. Dat is een manier waarop zij speervissen. In een bepaald jaargetij bijten de vissen namelijk niet aan een aas en is deze manier dus de enige manier om vissen te vangen.

 

Het tij veranderde heel snel. Waar eerst nog veel water stond, stond even later nog maar een klein laagje en de mannen gingen met Bundy voorop zoeken of er nog vis of krabben te vinden waren.

Nog even later was het water bijna compleet weg. Zo raar om te realiseren dat je dan op zand staat waar nog geen uur geleden een meter water stond. Het tij heeft hier heel grote verschillen, het kan tot wel 14 meter verschil zijn tussen eb en vloed. Op het zand waren ook wat sporen zichtbaar. Een paar vegen waren volgens Bundy de staart van een krokodil die daar gelopen had. Er woonde eentje in de kreek, maar we hebben hem verder niet gezien.

  

Bundy bleek zoeken of hij krabben kon vinden maar ze waren allemaal niet thuis (de wind was nog steeds erg hard wat het best koud maakte, ook voor de vissen en krabben). Tot hij op een gegeven moment terug kwam met een grote mud crab aan zijn speer.

Na het visavontuur en bijbehorende wandeling maakten we nog 1 laatste stop bij een plek die belangrijk was voor hun culturele erfgoed. Hij vertelde dat vroeger wanneer de aboriginals rook zagen, dat betekende dat er ergens gekookt werd. De hongerige kinderen renden dan voorop om te kijken of ze iets konden eten. Hier op deze plek waren de voetstappen te zien van kinderen in het gesteente. De voetstappen waren 7000 jaar oud. Toen de kinderen er gelopen hadden was de grond van klei, de voetsporen zijn uitgehard en daarom nu zichtbaar.

Een stukje verderop waren ook nog een paar voetstappen van volwassenen te zien. Die waren iets dieper en groter. Bundy vertelde dat dit het teken was dat zijn voorouders al hier op het land waren en dat zijn volk dus de rechtmatige eigenaar is. Ze hebben daar ruim 16 jaar voor moeten strijden in de rechtbank voordat dat ook daadwerkelijk werd toegekend door de regering.

 

Onder de indruk nemen we afscheid van Bundy. Het was werkelijk een culturele tour. Voor de rest van de middag hebben we niet veel gedaan. Beetje gezwommen en aan het strand gezeten. Dat mag ook wel eens.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Vrijdag 4 augustus: de eerste boab bomen
Ook vandaag worden we wakker met de zon op ons gezicht. De wind is eindelijk gaan liggen wat betekent dat de oceaan ook wat kalmer is. Vanaf ons balkon zien we in de verte een groep walvissen voorbij zwemmen. Wat zijn het toch indrukwekkende dieren om te zien!

 

Dan is het tijd om onze mooie safarihut te verlaten en weer richting het zuiden te gaan. Eerst weer 100 km asfaltweg en dan weer 100 km dirtroad, waarvan met name het eerste gedeelte behoorlijk corrugated is. We stoppen even bij het Roebuck plains roadhouse om de auto wat diesel te geven. In de bomen bij het roadhouse zitten lorikeets, een variant die we nog niet gezien hebben.

Daarna door naar Derby. We zien langzaam aan steeds meer boab bomen voorbij komen. De boab boom komt naast Australië ook voor in Afrika en Madagascar. De naam boab is waarschijnlijk een verbastering van baobab en de bomen in Australië stammen vermoedelijk af van plantmateriaal dat aangespoeld is vanuit Madagascar. In Derby gaan we even langs bij het visitor centre om vervolgens door te rijden naar de jetty.

 

Onze volgende stop is bij de prison tree. Dit is ook een boab waarvan wordt gedacht dat deze 1500 jaar oud is. De boom is van culturele waarde voor de Aboriginals. Voor 1883 werden Aboriginals uit de west Kimberly gekidnapped om te gaan werken als duikers of werkers op de parelboten. De ontvoerders (blackbirds) ketende de mensen en lieten ze naar de kust lopen. Sommige Aboriginals werden waarschijnlijk gevangen gehouden bij de prison tree voordat ze verder moesten.

 

Bij de prison tree in de buurt ligt ook de 120 meter lange cattle trough, een teken van de veehandel die hier veel plaatsvond (en vindt).

We rijden door naar onze overnachtingsplek, het station Birdwood Downs. Ook hier hebben we weer een safarihut, maar een iets andere stijl dan de vorige. De rest van de middag praten we met een stel Australiërs die al twee maanden door dit gebied aan het trekken zijn.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zaterdag 5 augustus: ongevaarlijke zoetwater crocs
Vannacht hoorde we wat geritsel rond onze hut. Waarschijnlijk heeft er een wallabi rondgelopen want er liggen dropjes genoeg. Na het ontbijt wandelen we nog even een klein stukje over het station. Gisteravond hadden we nog even gepraat met Hans, de eigenaar van Birdwood downs. Hij is oorspronkelijk Nederlands, maar woont 9 jaar in Australie. Hij zei dat dit maar een klein station is in vergelijking met andere stations. Hier draait het vooral om paarden, je kunt dan ook een ritje maken (maar dat doen wij niet). Tijdens de wandeling komen we een parkietensoort tegen die we nog niet gezien hadden: de redwinged green parrot.

 

Onze eigenlijke planning was om vandaag een stukje Gibbs river road te rijden en dan via Windjana gorge en Tunnel creek naar Fitzroy crossing te gaan. Nadat we gisteren in het visitor centre van derby navraag hadden gedaan naar de conditie van de weg, hebben besloten dat toch maar niet te doen. De weg is in slechte conditie en erg gecorrugeerd, wat betekent dat we niet veel tijd zouden hebben om de twee parken te bezoeken. Ook omdat we morgen sowieso nog een slechte weg moeten rijden slaan we het doorelkaar gerammeld worden over. In plaats daarvan rijden we eerst terug naar Derby waar we de Botanical trail lopen. Tijdens de wandeling staan wat informatieborden over de verschillende boomsoorten en hoe deze bomen of de vruchten ervan gebruikt worden door de Aboriginals. We horen soms een wallaby wegsprinten, die heeft ons eerder gezien dan wij hem. Ook komt er ineens een redtailed black kaketoe aangevlogen die rustig een paar vruchten van een boom gaat eten voordat ie weer wegvliegt. Een indrukwekkende vogel!

   

Daarna rijden we via de snelweg door naar Fitzroy Crossing waar we Geikie Gorge nationaal park bezoeken. De gorge is vernoemd naar iemand die de gorge zelf nooit gezien heeft. Ze zijn bezig met de naam langzaam te veranderen naar de Aboriginal naam (dangu) aangezien de Aboriginals een veel diepere connectie met het gebied hebben. We doen hier een bootcruise die ongeveer een uurtje duurt en ongeveer een kilometer de gorge ingaat. Je ziet hier duidelijk kleurverschillen in de kalksteen. De bovenste donkere en oranje laag is net zoals in Yardie creek de oxidatie die eeuwenlang heeft plaatsgevonden. De onderkant is wit want die geeft aan hoe hoog het water staat tijdens het wet season. Ook de gaten in de onderlaag komen door dit wet season (weet even niet meer precies hoe).

   

Op een gegeven moment ligt er een stuk rots in het water. Dat wordt old men rock genoemd. Het verhaal daarachter is te lezen bij het begin van de boottoer.

   

Rondom de gorge wonen veel zoetwaterkrokodillen. Deze zijn op zich ongevaarlijk, ze zullen niet snel een mens aanvallen. Ze worden zo’n 2.5 meter lang. We zien een aantal langs de oever zitten of in het water zwemmen.

  

Na de boottocht gaan we naar de Fitzroy river lodge. Ook hier hebben we weer een safaritent voor de verandering. Op het terrein zijn heel veel vogels, waaronder een koppeltje redtailed black kaketoe dat bij een boom naast onze hut gaat zitten. Er vliegen nog meer koppeltjes over. Het lijkt een beetje op Costa Rica waar de papegaaien ook in de avond kwamen overvliegen op weg naar hun overnachtingsplek.

  

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zondag 6 augustus: alweer een bumpy en curvy road
Vandaag was weer een verbindingsdag. Op het programma stond bijna 500 km naar de Savannah Lodge van EKT in Purnululu nationaal park. De eerste 450 km waren asfalt. We zijn even gestopt in Halls Creek en passeerden daarna een bosbrand. Vermoedelijk een controlled fire, want dat doen ze veel in deze regio. De brand was vlak langs de weg, maar de wind stond de andere kant op.

 

De laatste 50 km was de Spring creek road. Deze weg is alleen toegankelijk voor 4wd auto’s en in alle boekjes staat dat dit een vrij heftige weg is. Geschat wordt dat je er 2 tot 3 uur over doet. Het eerste stuk was heel erg gecorrugeerd, dus we werden flink door elkaar gerammeld. Daarna kwam al snel de eerste creek crossing, deze was vrij diep maar we hebben het gered onder toeziend oog van een paar koeien. Je kunt ook niet even te voet gaan kijken hoe diep het water is aangezien ook in deze regio zoutwatercrocs kunnen zitten. Daarna werd de weg bochtiger er heuvelachtiger. Veel blinde bochten en heuvels met stenen volgden. En ook nog een stuk of acht andere creek crossings met water, die minder diep waren dan de eerste.

    

Na 52 km waren we in ongeveer twee uur bij het visitor centrum. Hier hebben we ons geregistreerd en zijn vervolgens doorgereden naar onze overnachtingsplek. Dat was nog ongeveer 15 km, maar deze weg was gelukkig minder slecht. Deze wildernis lodge ligt weer op een mooie plek, de rest van de dag (we waren rond 4 daar) hebben we dan ook genoten van de rust op deze plek. Morgen gaan we het park verkennen.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Maandag 7 augustus: verkennen van de bungle bungles
We staan vanochtend vroeg op, rond zes uur. Om kwart over zes zitten we in de auto en om kwart voor zeven staan we al op de parkeerplaats van het zuidelijk gedeelte van het park. We hadden als tip gekregen om zo vroeg mogelijk daar te zijn want het wordt snel erg warm in het park. In de nacht is het trouwens erg koud, bijna tegen het vriespunt. Voor de parkeerplaats waren al een aantal uitzichtpunten op de domes, de unieke rotsstructuren van dit park. Het is prachtig om te zien. De zon staat er in de ochtend op waardoor de rode en zwarte lijnen goed zichtbaar zijn. De kleuren geven de aanwezigheid of afwezigheid van cyanobacterien aan. In het zwart zijn ze aanwezig omdat daar genoeg vocht in de kalksteen zit en in het rood (wat eigenlijk geoxideerd ijzer is) zijn ze afwezig omdat daar geen vocht is. Wat ook wel apart is, is dat dit gebied pas in de jaren 80 van de vorige eeuw ontdekt is, daarvoor was het alleen bekend bij de lokale Aboriginals.

  

Zo vroeg zijn er ook nog niet veel andere mensen, dus we beginnen aan de twee wandelingen die we hier willen doen. De eerste is de domes walk, waarbij je dichter langs de domes komt om ze in meer detail te bekijken.

 

De volgende wandeling is Cathedral gorge. Hier kom je na een wandeling over een droog rivierbed uit bij een amfitheater waar in het wet season een waterval is. Nu ligt er nog maar een beetje water en is het een indrukwekkende grote ruimte. Ook hier hebben we de ruimte even voor ons zelf.

 

Rond een uur of negen zijn we weer terug bij de auto, het is al 28 graden. We rijden naar de noordkant van het park (dat is ongeveer een uurtje rijden). Hier doen we de wandeling naar Echidna chasm. Eerst een stuk over een droog rivierbed, dan komt er een stuk met hoge livingston palmen en dan sta je ineens tussen twee 200 meter hoge wanden met een paar meter ruimte er tussen. Dit is de mooie Echidna chasm die we helemaal tot het einde lopen. De zon staat bijna boven de chasm waardoor je een mooi effect krijgt met verschillende kleurschakeringen.

  

Op de weg terug spotten we nog een bower van de bowerbird. De bowerbird maakt dit om vrouwtjes aan te trekken en verzameld daar allerlei dingetjes bij van 1 kleur. De bowerbirds in deze regio houden van de kleur wit.

 

We lopen ook nog naar de Osmand lookout, waar een mooi uitzicht is op het naastgelegen Osmand gebergte. Bij terugkomst geeft de auto aan dan er een gevoelstemperatuur van 40 graden is (de echte temperatuur is 32 graden). Het is inmiddels 1 uur en we besluiten een hapje te eten en vooral veel water te drinken. We zien nog een groene parkiet op de parkeerplaats.

 

Na de lunch lopen we nog een paar korte trails, met een mooie lookout op de bungle bungle range.

  

Bij terugkomst bij de lodge lopen we daar ook nog een korte trail door het rivierbed van de Bellburn creek. We zien een zwarte kaketoe die snel wordt weggejaagd door twee corella die een nest in de witte gumtree hebben.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Dinsdag 8 augustus: goodbye Western Australia, hello Northern Territory!
Ook vandaag waren we weer vroeg wakker. De weg terug via Spring creek road stond namelijk op het programma. We vertrokken vroeg om ander verkeer een beetje voor te zijn, dus om zeven uur waren we bij de start van de weg. Antoine ging gelijk in Verstappen modus omdat een paar caravans het hadden gewaagd voor hem de weg op te komen en dat is niet heel handig bij zo’n bochtige weg. Na deze te hebben ingehaald haalde hij zelfs nog de Mercedes onder de 4×4 auto’s, de Toyota, in (ofja eigenlijk gingen ze aan de kant voor hem). De weg ging verbazingwekkend snel en soepeltjes. Na een uur stonden we al bij de grootste riviercrossing. Deze keer was het water helder (vorige keer had er net iemand doorgereden) waardoor het duidelijk was waar je moest rijden en dat ging dit keer dus ook zonder in het diepe te geraken. Gisteravond vertelde nieuw aangekomen gasten in de lodge dat ze een Engelsman hadden geholpen zijn auto uit de rivier te duwen. Hij was waarschijnlijk vol erin gereden zonder te kijken en had zijn motor verzopen. Omdat bij ons alles soepeltjes ging waren we binnen een uur en een kwartier alweer bij de snelweg.

Deze weg (the great northern highway) was ook mooi, met mooie vergezichten op de omliggende bergketens. We kwamen ook regelmatig bordjes tegen over Kimberly fruitfly free zone en dat je je fruit weg kon gooien. We vonden het maar een beetje raar, we zijn nog nergens fruitvliegjes tegengekomen. Of dat komt juist door deze zone.

  

We maakten een korte stop voor lunch in Kununurra. In die plek bezochten we ook Mirima national park. Daar hebben we een korte trail gelopen. Het was misschien niet zo heel slim om op slippers een heuvel te beklimmen met 35 graden, maar het was wel een mooi uitzicht.

 

De volgende stop was in Keep River National Park. Dit park lag al in Northern Territory, dus we zijn de grens over gestoken. Met die oversteek was het ook ineens 1.5 uur later. In dit park hebben we ook een korte wandeling gedaan naar een Aboriginal structuur. Deze structuur werd gebruikt om roofvogels te vangen. Ze maakten vuur waar de roofvogels op afkomen en lokken ze dan naar de hut zodat ze gevangen kunnen worden.

  

We zijn ook nog gestopt bij Cockatoo lagoon. Hier waren veel watervogels te zien en de lagoon deed ook zijn naam eer want op een gegeven moment kwamen er zeker 50 zwarte kaketoes overvliegen en gingen in de bomen zitten bij de lagoon. In vlucht zie je de rode kleur in de staart niet, maar wanneer ze gaan zitten zie je het wel even kort. De mannetjes zijn rood, de vrouwtjes oranje.

    

Toen moesten we nog zo’n twee uurtjes naar onze overnachtingsplek Timber Creek. De zon ging al onder toen we daar aankwamen.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Woensdag 9 augustus: opstaan en naar bed gaan met black flying foxes
Vanwege het tijdsverschil worden we iets later wakker, om zeven uur NT tijd worden we wakker. We doen rustig aan want vandaag hoeven we ‘maar’ 300 km naar onze volgende bestemming. We zijn nu bijna vier weken aan het reizen en vooral ook het warme weer van de laatste dagen hakt er een beetje in. We besluiten nog even het terrein van het hotel/caravanpark te verkennen. Ze doen hier ook krokodillenvoederingen maar daar waren wij gisteren te laat voor. Wanneer we richting de kreek lopen (waar de krokodillen wonen) horen we een hele hoop lawaai. We denken eerst dat het vogels zijn maar bij nadere inspectie hangen alle bomen vol met zwarte vleerhonden (black flying foxes). Die maken veel lawaai en stinken ook behoorlijk. We horen regelmatig wat naar beneden vallen, waarschijnlijk urine. Toch is het wel indrukwekkend om zoveel bij elkaar te zien.

  

Ook in de tuin zien we een aantal vogels die zich goed laten fotograferen, waaronder enkele roofvogels en de bower bird.

  

Daarna vertrekken we uit Timber Creek en rijden een stukje terug om een korte wandeling te doen naar Gregory’s tree. In deze boab boom is de begin en einddatum gekerfd van de missie van Augustus Gregory om het noorden van Australië te verkennen.

 

We zien hier ook nog een paar vinkjes zitten (double barred finch).

We rijden weer terug richting Timber Creek en maken nog een korte stop bij een uitkijk over de Victoria River. We zien in de verte een krokodil liggen.

 

Daarna rijden we door naar Katherine waar we gebruik maken van de wifi om de blog te updaten. Onze overnachting is in Nitmiluk national park. Hier hebben we weer een tent, maar dit keer is het heel basic. Eigenlijk alleen een bed met eromheen een stellage met tentdoek. En rara wie onze buren zijn: de black flying foxes. Er hangen wat minder in de bomen dan vanmorgen, maar ze zijn ook hier weer duidelijk aanwezig.

 

We spenderen wat tijd op de stoeltjes voor onze tent en het wildlife komt vanzelf naar ons toe. Op een gegeven moment staat er ineens een agile wallibi naast ons die rustig aan het eten is.

 

Daarna horen we iets landen op de boom voor ons. Het blijkt een witte kaketoe te zijn, die hadden we nog niet gezien. Rustig eet hij aan de mango’s in de boom en poseert mooi voor de foto en film.

 

Bij de tent was het eten inclusief dus we gaan bij het restaurant zitten waar we een kookaburra voorbij zien vliegen. Ik achtervolg hem om een foto te maken want dat was tot nu toe nog niet gelukt (we hadden bij Cockatoo lagoon ook eentje gezien).

Dat achtervolgen was niet helemaal nodig want wanneer we aan het eten zijn komt ie zowat naast me zitten. Alleen is het licht dan niet zo mooi, dus zijn mooie blauwe kleur komt niet naar voren.

Tijdens het eten wordt het donker en is het ook de tijd dat de flying foxes uitvliegen. We zien er duizenden van alle kanten voorbij komen, dat duurt zeker een kwartier. Heel indrukwekkend. Foto maken lukt niet omdat het te donker is (te weinig contrast tussen de beesten en de lucht).

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Donderdag 10 augustus: schilderen in rarrk stijl
Hoewel de flying foxes gisteren uitvlogen zijn er toch een paar bij de boom naast ons achtergebleven die behoorlijk wat lawaai maakten in de nacht. Slapen ging dus niet helemaal goed.

Tijdens het ontbijt kwamen we erachter waar de flying foxes gisteravond vandaan kwamen. Het ontbijt was in het visitor centrum dat uitkijkt op de rivier en werkelijk elke boom zat helemaal vol met van die beesten. Echt niet normaal! Het stonk ook behoorlijk en ze maakten ook hier veel lawaai (dan vielen die paar naast onze tent wel mee).

  

Na het ontbijt maakten we een wandeling naar een uitkijkpunt over de eerste gorge. Ook al was het nog ochtend, de temperatuur was al 34 graden.

  

In de middag hebben we bij onze tent gezeten, al kijkend naar alle vogels die voorbij kwamen. Er kwam nog een medewerker met ons praten en hij leerde ons nog wat over de groene mieren in de boom en toonde ons hun nest van bladeren.

  

Daarna reden we een stukje terug want we hadden een “cultural experience” bij Top Didj op het programma staan. Hier leerde Manual van de dagabon community ons van alles over zijn leven. Hij speelde ook een stukje didgeridoo en daarna mochten wij zelf aan de slag. We mochten namelijk een eigen schilderijtje maken in de stijl van Aboriginal art van de Top End. Deze wordt gekenmerkt door lijnen. De stam van Manuel gebruikt vier witte lijnen, andere stammen gebruiken een ander aantal. Door een kunstwerk te analyseren zou je dus moeten weten van welke stam het is. Het maken van het schilderij bestond uit zeven stappen. We kregen eerst een rood blaadje waarvan we de rand zwart moesten maken met acryl verf. Daarna moesten we bedenken wat we wilden maken. Antoine koos voor een walvishaai en ik voor een kangoeroe. Dan moest je de uitlijning van dit figuur maken in het zwart. Daarna kwam het moeilijkere gedeelte. We kregen een nieuwe dunne borstel, gemaakt van een speciaal soort gras dat bij een billabong groeit, en moesten hiermee het zwart met wit omlijnen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. In het figuur moesten we een opening vrijlaten. Bij de volgende stap moesten we deze vullen met witte lijnen. Daarna moesten we vier witte lijnen dwars op de andere lijnen zetten. De overige ruimte konden we dan opvullen met gele of rode lijnen (hoefde niet perse vier te zijn). De laatste stap was de touch up, alle uitschieters wegwerken met rode of zwarte verf. Ik moet zeggen dat het eindresultaat nog best mooi was. Na het schilderen liet Manuel ons nog zien hoe je vuur maakt met fire sticks en hoe je een kangoeroe kan vangen met een speer. Ook liepen er een aantal weeswallibis rond. Hun moeder was aangereden en zij zaten nog in de buidel. Hier doen ze ze dan opvangen en opvoeden.

   

Na de cultural experience gingen we weer terug naar onze tent waar we nog gekeken hebben naar de duizenden flying foxes die weer op weg gingen naar het zuiderlijker gelegen Mataranka.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Vrijdag 11 augustus: cruisen door de gorge
Vannacht hebben de flying foxes minder lawaai gemaakt, totdat ze met zijn allen terug keerden even voor zonsopkomst. Maar dat was niet erg, we moeten toch vroeg op want om 7 uur hadden we de Dawn cruise door de eerste twee gorges van Katherine Gorge, oftewel Nitmiluk op zijn Aboriginals. Dit land is eigendom van de Jawoyn mensen. De gorge is eigenlijk 1 geheel maar in het dry season wordt het onderbroken door ondiepe stukken en stenen, waardoor het 13 afzonderlijke gorges zijn. Wij varen door de eerste twee. Bij start komt de zon net op wat een mooi effect geeft op de zandsteen. Deze zandsteen strekt helemaal uit tot het noordelijker gelegen Arnhemland. Daar is het nog een plateau, hier is het gebroken door een aardbeving heel lang geleden. De gids wijst ons op breuklijnen die nog steeds te zien zijn.

  

Van de eerste naar de tweede gorge moeten we een stukje lopen. Daarbij komen we nog langs aboriginal rock art. De tweede gorge heeft ook weer mooie uitzichten. Het voordeel van de ochtendcruise is dat het mooi licht is waardoor de zandsteen mooie kleuren krijgt.

  

 

Na de cruise ontbijten we en rijden we naar het noordelijkere deel van het park. Hier is Edith Falls, waar veel mensen komen om te zwemmen.

Daarna stoppen we nog in Pine Creek bij een uitkijk over een oude goudmijn. Je ziet niet veel want ze hebben hem vol laten lopen met water.

We gaan ook nog naar het railway station museum. Waar we eerst naar een, iets te lang, filmpje kijken over het opknappen van een oude stoomlocomotief. Deze reed van 1915 tot 1945 tussen Darwin en Pine Creek. Daarna mogen we de locomotief in het echt zien. Naast het museum ligt Miners park. Hier staan oude machines van de mijnbouw omdat deze stad zoveel mijngeschiedenis heeft.

  

Op het Miners park spotten we nog een aantal mooie vogels. De regenboog bijeneter en de hooded parrot.

 

Vervolgens rijden we door naar Adelaide River. Hier blijven we de komende twee nachten slapen bij Mount Bundy station. Een station dat nog steeds in bedrijf is (ze hebben buffels), maar daarnaast ook een grote camping en kamers. Op het infoblad dat we hebben gekregen stond dat het vroeger zo’n miljoen hectare grond had, dat is bijna niet voor te stellen (maar vrij normaal voor de stations hier). Wij overnachten in de oude kamer van de werkers van het station, de zogenaamde stockmen (single mannen).

 

In de avond is er nog entertainment en een lekkere (maar erg grote) pizza.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zaterdag 12 augustus: afkoelen in plunge pools
Vandaag bezoeken we Litchfield nationaal park. Dit park is relatief klein voor Australische maatstaven. We rijden vanuit Adelaide River naar het uiteinde van het park, wat een anderhalf uur rijden is. Vanuit daar gaan we via de verschillende stops terug. De eerste stop is bij een oude vervallen tinmijn. Op de informatieborden staat informatie over de moeilijke werkomstandigheden.

 

Daarna maken we een korte stop bij Walker Creek, een heel helder beekje.

Vervolgens stoppen we bij de zeer populaire Wangi Falls. Hier komen veel mensen zwemmen. Het zijn twee watervallen met een grote plunge pool eronder. Het risico op krokodillen is klein omdat ze deze wateren controleren na het wet season en eventuele salties vangen en naar een wildpark brengen. Maar er is altijd kans dat er eentje zit.

De volgende stop is Greenant Creek waar we de trail lopen naar Tjaetaba Falls. In het water onder de waterval zien we een water monitor (een grote hagedis). Het is hier trouwens (weer) 35 graden, dus af en toe afkoelen in water is wel fijn.

Daarna een korte stop bij de outlook op Tolmer Falls en een late lunch bij Tabletop swamp.

De laatste waterval die we bekeken hebben is Florence Falls, hier was het ook erg druk met zwemmers.

We eindigden met een stop bij magnetic termite mounds. Deze termieten bouwen hun mound van noord naar zuid zodat ze altijd schaduw hebben aan 1 kant en het binnenin koel blijft. De mounds zijn soms erg hoog. Naast de magnetic termite was er ook nog een andere termietensoort, de heuvels daarvan worden cathedral genoemd, deze worden ook erg hoog, maar dat kan jaren duren. Er zijn blijkbaar meer dan 300 soorten termieten in Australie en allemaal maken ze hun mount weer net even anders.

We keren om zes terug bij het station waar we net de zon is onder gegaan maar er nog een mooie schemering is. Er is ook weer entertainment vanavond en we hebben gezellig gekletst met een koppel uit Geelong (oorspronkelijk Schots).

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Zondag 13 augustus: kakadu of kakadon’t
We nemen afscheid van het geweldige Mount Bundy station. Het was leuk om een soort van stationleven mee te maken. Vooral het in contact komen met andere medereizigers met wat entertainment op de achtergrond was heel leuk. We rijden naar ons laatste park van deze vakantie, het grote Kakadu park (bijna zo groot als half Nederland). Veel mensen noemen het kakadon’t omdat ze het niet fijn vinden (weet niet precies waarom, zal wel met de afstanden te maken hebben). Wij sluiten de reis in luxe af. We hebben namelijk een arrangement bij Kakadu Cultural Tours, waarbij we vandaag rond drie worden opgehaald en twee nachten doorbrengen in de Hawk Dreaming Wilderness Lodge, die midden in de natuur ligt. Op weg naar de ophaalplek maken we nog twee korte stops in het park. De eerste is bij een lookout waarbij het al gelijk duidelijk wordt hoe uitgestrekt dit park is.

De tweede stop is bij Yellow water, een plek waarvandaan een populaire bootcruise gaat omdat er veel vogels te bewonderen zijn. De cruise slaan we over, maar we lopen een stukje over de boardwalk en spotten al een paar watervogels.

Daarna gaan we richting border store, met nog een stop bij Cahills Crossing, waar veel salties (zoutwaterkrokodil) in het water lagen.

Rond drie uur werden we samen met nog zes anderen opgehaald door Shane en Dwayne, de gastheren van de lodge. We reden twintig minuutjes over een private road om bij de lodge uit te komen (weer een safaritent trouwens). Waar we wat tijd kregen om te settelen. We maakte ook kennis met Ziggy, de 10 weken oude pup, een mix tussen deense dog en bull mastiff.

Tijdens een rondje over het terrein spotten we een nest van een whistling kite met een (groot) jong erin.

Rond vijf uur vertrekken we om bij het dichtbij gelegen Canon Hill Billabong naar de zonsondergang te kijken. Maar eerste maken we nog twee stops om rock art te bekijken. We zien heel veel figuren en aanwijzingen van mensen (putten in de grond waar de verf in werd gemaakt).

 

In de billabong zwemmen drie salties. De omgeving is ook prachtig, door de zonsondergang krijgen de rotsen weer allerlei kleuren.

 

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Maandag 14 augustus: fascinerende rock art
Vroeg in de ochtend horen we de kookaburra geluid maken. We slapen nog even tot half zeven en maken dan weer even een kort rondje over het terrein.

Na het ontbijt vertrekken we richting de border store. Daar worden we om 9:00 opgehaald door Ryan voor de Arnhemland cultural tour. We gaan dus vandaag naar Arnhemland (vernoemd naar een Nederlands schip), een gebied alleen toegankelijk met een permit want het is eigendom van de Aboriginals. Arnhemland is enorm groot, vijf keer zo groot als Kakadu (en dat is al het grootste nationale park van Australië). In het wet season is het zo’n zes maanden compleet afgesloten van de rest van het land. Om van het westen naar het oosten te gaan kost je zo’n anderhalve dag autorijden over een slechte weg. Het is dus echt nog pure natuur. Vandaag gaan we maar een klein stukje van dit grote land verkennen. We steken de rivier over bij Cahills Crossing en rijden een stuk over de weg tot de eerste stop: een uitzicht over een billabong. Hier laat Ryan ons een shelter zien. De Aboriginals hadden geen huizen maar gebruikten natuurlijke shelters. Bewijs van bewoning is te zien aan de vele ronde gaten (Ryan noemt het human intervention). Deze zijn ontstaan door het vermalen van voedsel, niet zoals sommigen denken door malen van oker voor de paintings. Er is nog een painting te zien, maar Ryan laat ons vooral zien hoe kwetsbaar het is. De Europese wesp heeft nesten gebouwd dus dat heeft veel paintings verwoest, maar ook de weerelementen (je ziet tot waar het water komt).

De volgende stop is bij een burial ground, waar we geen foto’s van mogen maken. Ze weten niet hoe oud de botten zijn, maar ze zijn niet van “living memory” dus zeker een paar honderd jaar oud. Boven de botten zijn een aantal paintings te zien. Ryan vertelt ons over de verschillende kleuren. De rode kleur blijft het langste zitten omdat deze zo’n 7 mm in de rots kan inwerken. Daarna de gele kleur en dan de witte. Je kunt er dus aan zien hoe oud een painting kan zijn. Een andere manier is om te kijken wat is afgebeeld. Als het een schip is kan het niet ouder dan 500 jaar zijn. Barramundi zijn pas in de wateren te vinden na een bepaalde periode, dus wanneer er een barramundi afgebeeld is weet je dat het niet ouder kan zijn dan die periode. Op deze plek zijn een aantal barramundi te zien in de zogenaamde x-ray stijl. Deze werden waarschijnlijk gebruikt om jongeren te leren hoe ze moesten vissen. Ook is er een cheeky mullet te zien. Deze wordt altijd weergegeven zonder hoofd. Wanneer ze gaan vissen en ze hebben beet leggen ze de vis in de schaduw neer tot ze naar huis gaan. De vis kan dan nog even leven (maar is dan wel verser). Bij de mullet kan dat niet omdat die nog zo hard kan spartelen dat ie weer terug het water ingaat, die moet dus gelijk gedood worden en dat werd weergegeven in deze tekening. Een andere tekening was een goanna en een gans een antropomorf vrouwenfiguur met een hoofd van een dier.

Ryan laat ons ook een plek zien waar jagers kwamen om het speerwerpen te oefenen. Minimaal tien keer is het gelukt om de speer in de hoge rots boven ons te krijgen want je kunt 10 speerpunten nog klem zien zitten in de rots.

Vervolgens maakten we een stop bij de Injalak art gallery waar we mochten rondkijken bij de werkende artiesten. De meesten waren bezig met schilderen en de vrouwen waren bezig met weven.

Hierna hadden we lunch op een mooie plek waar nog een kangoeroe achtig figuur te zien was in een stijl die nu niet meer gebruikt wordt wat aangeeft dat het erg oud kan zijn.

De laatste plek was ook bij een natuurlijke schuilplaats, waar ook weer veel rock art te zien was. Hier waren ook wat tekeningen van mimi te zien. Dit zijn de figuren die in de rots leven.

Daarna was het tijd om terug te gaan want het was hoogtij bij Cahills crossing, dus moeilijker om de brug over te komen. We namen afscheid van Ryan en bleven nog even kijken naar de salties die rustig meedreven met het tijd en zo hun vis probeerde te vangen. Sommige lagen echt heel raar in het water: bek open en aan beide kanten voorpoten omhoog uitstekend uit het water.

Daarna gingen we terug naar de lodge waar we in de avond nog een tour deden naar twee andere rock art sites. De eerste lag behoorlijk verborgen achter een paar bomen. Hier was een belangrijk figuur te zien (ben de naam vergeten).

De tweede plek was old men’s cave. Old men is Bill Neidjie, een Aboriginal die heel belangrijk is geweest bij de totstandkoming van het nationale park. Hij woonde in dit gebied, met name in deze grot. Hier zijn veel handafdrukken te zien, maar ook afbeeldingen van modernere tijden. Zoals een kop thee en de Sydney harbour bridge.

Daarna gaan we terug naar dezelfde plek als gisteren om weer naar de sunset te kijken. Onderweg zien we de traditional owner, Jonathan (zoon van Bill) een aantal vuren starten. Dit wordt vooral gedaan om grotere vuren te voorkomen en de grond te verversen.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Dinsdag 15 augustus: langzaam afscheid nemen
Met een dubbel gevoel nemen we afscheid van de Hawk dreaming Wilderness Lodge. Toen we aankwamen zei Dwayne: you saved the best for last en op een bepaalde manier is dat ook wel zo. Ik denk dat we beiden erg onder de indruk waren van de excursie gisteren en van de geweldig mooie landschapen van Arnhemland. Dat wil niet zeggen dat de rest niet mooi was, de hele reis was prachtig maar deze plek was wel speciaal.

Dwayne brengt ons terug naar de border store en we rijden naar de bootramp voor onze allerlaatste excursie, de Guluyambi rivier cruise over de East alligator river. In Kakadu zijn drie alligator rivieren terwijl er geen alligatoren voorkomen. Dit komt waarschijnlijk doordat de mensen die deze rivier een naam hebben gegeven net terug waren uit Amerika (waar veel alligatoren voorkomen) en omdat de zoutwaterkrokodil soort nog niet bekend was. Maar zoutwaterkrokodillen zitten hier genoeg, elke meter ligt er wel eentje. Het was is ook heel troebel dus waarschijnlijk zitten er nog meer onder water. Onze gids Neville vertelt dat hij als kind nog ging zwemmen in de rivier en billabongs in de buurt, maar nu niet meer. Er zijn nu te veel krokodillen, mede omdat het een beschermde diersoort is. Neville geeft aan dat het eigenlijk te gevaarlijk is zoveel krokodillen, hij is al meerdere familieleden verloren. Er liggen hier in ieder geval krokodillen in allerlei maten. Wanneer de huid vrij schoon is dan komt de krokodil van de zee af, dan heeft het zoute water hem schoon gehouden. Hoe langer de krokodil in zoet water leeft, hoe donkerder ie wordt.

Er zitten heel veel vissen in de rivier (barramundi en mullet). Je ziet dan ook vaak een vis voor de boot een sprintje trekken. Op een gegeven moment springen er zelfs twee mullets in de boot. Neville vertelt dat dat laatst ook gebeurde, alleen sprong er toen nog een bull shark achteraan.

Neville vertelt ons over hoe zijn volk de natuur om de rivier ziet als supermarkt, apotheek en toolshop. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld de paperbark tree om vlotten van te maken (Guluyambi), de zijkanten zijn dan van pandan hout. Of ze maken er schuilplekken van.

We gaan ook even aan wal aan de Arnhemland kant (de rivier is de natuurlijke scheiding tussen Kakadu en Arnhemland) om een paar foto’s te maken van het uitzicht.

Ook zien we neville in actie met een speer. Hij kan wat verder gooien dan wij laatst bij Top Didj hebben gedaan!

Na de cruise stoppen we nog bij het nabijgelegen Ubirr, een belangrijke plek voor Aboriginal rock art. hier zijn weer mooie paintings te zien, alleen staan er nu hekken om mensen op afstand te houden. We zijn blij dat we de rock art ook op een andere manier gezien hebben.

  

De laatste stop in Kakadu park is bij de wetlands van mamukala. Hier zijn een aantal watervogels en mooie lelies te zien. Op weg naar de parkeerplek zien we nog een paar vinkjes.

 

Dan rijden we door en stoppen nog bij Fogg Dam conservation area. Ook hier zijn wetlands en een heleboel watervogels te zien, vooral veel eenden en ganzen.

Dit is gelijk de laatste stop van onze reis want het wordt al laat en we moeten nog naar ons hotel in Darwin.

Dag:1234567891011121314151617181920212223242526272829303132

Woensdag 16 augustus: de dag van vertrek
We vliegen pas laat in de middag maar hebben besloten om niet meer Darwin zelf in te gaan. We merken dat we weer even moeten wennen aan de vele mensen die in deze (kleine) stad rondlopen. We pakken dus in de ochtend de koffer in en verlaten om half 11 het hotel om richting het vliegveld te rijden. We leveren de auto in (geld krijgen we nog niet terug, dat moet via een andere verzekering….) en wachten tot we de koffers kunnen afleveren. Darwin is maar een klein vliegveld, met meer nationale dan internationale vluchten. Onze vlucht met Silkair naar Singapore heeft een kwartiertje vertraging omdat het vliegtuig niet op tijd in Darwin was. Het maakt voor ons niet uit want we hebben toch een tussenstop van zo’n 5 uur in Singapore. Rond 19:00 lokale tijd komen we in Singapore aan en moeten we van Terminal 2 naar Terminal 3, dat doen we met de skytrain en dat gaat snel (Singapore is een vrij groot vliegveld). Dan is het wachten tot middernacht want dan vertrekt het vliegtuig naar Amsterdam. Na een zit van zo’n 13 uur komen we we op donderdag rond 7:00 weer aan op Nederlandse bodem en na nog eens zo’n 2,5 uurtjes trein zijn we weer terug thuis. Wat zijn die vijf weken toch snel voorbij gegaan!

13 thoughts on “West-Australië en Northern Territory

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul in ter controle * Tijdslimiet is verlopen. Ververs de CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.