Cambodja

Nadat we onze reis naar Peru hadden geboekt hebben we besloten om dit jaar ook weer eens kerst en nieuwjaar in een ander land te vieren. Een bezoek aan Azië stond hoog op de lijst, omdat we die cultuur nog niet hebben beleefd. Maar welk land dan? Japan is favoriet, maar is erg koud in december en daardoor is misschien niet alles te bezoeken. Vietnam of Thailand dan, dat zijn altijd wel favorieten bij landgenoten. Na een beetje speuren kwamen we uit op Cambodja, minder bezocht dan zijn buurlanden (de meeste mensen bezoeken alleen de hoofdstad en Angkor Wat) dus misschien nog wat ongerepter. De communicatie met de reisexperts van Peru van Better Places beviel zo goed dat we ook voor Cambodja in contact zijn geraakt met de lokale reisexpert van Better Places aldaar, Jurry. Samen met Jurry hebben we een programma samengesteld voor een drie-weekse vakantie. Dat was nog best pittig, want er viel behoorlijk wat te kiezen. Ik snap niet hoe mensen dit dan ook nog combineren met Vietnam of Laos. Maar goed, onze reis wordt een mix van natuur en cultuur.

In globale lijnen: we vliegen op zaterdag 14 december van Brussel via Hongkong (uurtje overstap, dus dat wordt nog spannend) naar Phnom Phen met Cathay Airways. We verblijven twee dagen in de hoofdstad om even aan het tijdsverschil (6 uur later dan in Nederland) te wennen en een stadstour te doen. Daarna gaan we naar het oosten waar we onder andere het Elephant Valley Project bezoeken en een wandeling door de jungle maken met de lokale Bunomg bevolking. Daarna gaan we nog meer richting de jungle (richting grens met Laos) om daar een tracking te doen op zoek naar de zeldzame Northern Yellow Cheeked Gibbon. Vervolgens gaan we naar de toeristentrekpleister van Cambodja, het tempelcomplex van Angkor. Hier bezoeken we twee dagen verschillende tempels en daarna gaan we nog meehelpen op een traditionele rijstboerderij. Vervolgens hebben we een homestay in het noordelijker gelegen Banteay Chhmar voordat we richting het zuiden gaan en eindigen in Kampot om aldaar nog de peperplantages te bezoeken voordat we op vrijdag 3 januari terugvliegen richting Brussel.

Routekaartje

Zaterdag 14 december: van west naar oost
Ons vertrek gaat dit keer eens anders dan anders. Geen trein naar Schiphol en daar overnachten maar dit keer gewoon ’s morgens vertrekken en gebracht worden naar Brussel door de ouders van Antoine. We waren ruim op tijd op Brussel en na inchecken en security hebben we nog even een (erg duur) broodje gegeten voordat we al konden gaan boarden voor onze vlucht naar Hongkong. Tijdens deze vlucht kon je via camera’s op de staart en onder het vliegtuig mee kijken. Dat was wel leuk bij het opstijgen en landen. We kwamen rond 7 uur lokale tijd aan in Hongkong na ruim 11 uur vliegen. Daar hadden we maar een korte tijd om over te stappen. Eerst moesten we weer door security, wat verbazingwekkend efficiënt ging en daarna moesten van het einde van de terminal naar het begin om daar nog met een shuttle naar de “satelliet” gates te gaan. Het was even doorlopen maar we hadden nog zo’n 5 minuten rust voordat ook die vlucht al ging boarden. Op de net 2 uur durende vlucht naar Phnom Penh kregen we weer eten (Cathays Airwaiys verzorgd zijn passagiers goed) en toen gingen we alweer landen.

Bij aankomst in Phnom Penh moesten we nog eerst ons visum aanvragen. Dit leek wel Afrikaanse stijl, zeer veel mensen en niet geheel duidelijk wat de volgorde was. Maar we moesten dus eerst paspoort afgeven, daarna in volgende rij gaan staan om visum te betalen (wachten tot ze je paspoort omhoog houden en dan naar loket lopen) en bij het laatste loket paspoort met visum weer afhalen. Beetje inefficiënt proces en het ging ook bijna mis want een andere Nederlandse vrouw had mijn paspoort afgehaald, maar gelukkig kwam het allemaal goed. Daarna nog langs een weinig zeggende douane die nog wat extra stempels in het paspoort zette en toen mochten we eindelijk door. De bagage was inmiddels al op de band en niet veel later stonden we buiten waar onze chauffeur ons oppikte om ons naar het hotel te brengen. Het was inmiddels al zondag, dus qua verkeer wat rustiger, maar het deed ons wel wat denken aan onze aankomst in Lima. Na iets minder dan een uur kwamen we bij het hotel aan waar we nog even moesten wachten op de kamer en toen we eenmaal op de kamer waren zijn we op bed gaan liggen en in slaap gevallen. We hadden allebei niet geslapen in het vliegtuig dus waren een beetje doodmoe en hadden dus wel even wat slaap nodig. Na zo’n vier uur zijn we toch maar opgestaan en even naar het grote plein gelopen dat bij ons hotel ligt. Hier liggen een paar belangrijke gebouwen aan die we morgen nog gaan bezoeken. De zon ging langzaam onder wat een mooi licht gaf op de gebouwen. Er klonk vrolijke muziek, mensen waren aan het dansen, voetballen en badmintonnen. Leuk om te zien. Daarna hebben we nog wat gegeten in het hotel en zijn we weer gaan slapen.

Maandag 16 december: tel je zegeningen
We hebben vannacht goed geslapen en waren rond half 7 klaar voor het ontbijt. Rond 8 uur kwam onze gids Sum Sang ons ophalen voor een tour langs belangrijke plekken in Phnom Penh. Als eerste bezochten we het Royal Palace. Dit bestaat uit een aantal gebouwen waarvan de throne room een van de grootste is. Deze werd vroeger gebruikt door de koning om zijn functie uit te voeren maar nu is het vooral voor religieuze en koninklijke ceremoniën of voor ontvangst van andere koningen. We hebben hier ook gelijk ervaren dat wij zelf ook een toeristische attractie zijn voor Chinezen, want die wilde wel met ons lange Nederlanders op de foto. Daarna mochten we gelukkig rustig doorlopen.

Op het terrein ligt ook de zilveren pagode, zogenoemd omdat het gebouw meer dan 5000 zilveren tegels bevat. Binnenin staan veel beelden van boedha, eentje geheel van echt goud en belegd met diamanten. Verder zijn er een aantal koninklijke stoepa’s te zien (tombes) die rijkelijk versierd zijn.

Na het bezoek aan het royal palace zijn we met de tuktuk maar de markt gegaan om een offering te kopen voor de monnik. We zijn toen naar Wat Ounaloum gegaan en hebben daar een waterzegening gekregen voor een voorspoedige reis.

Daarna was het tijd voor de heftige geschiedenis van Cambodja. Sum Sang heeft ons uitgelegd hoe de Khmer Rouge zo groot heeft kunnen worden in Cambodja, mede door onvrede met de regering die ervoor was en ook mede door de oorlog in Vietnam. Daarna hebben we met hem het indrukwekkende Toul Sleng genocide museum bezocht dat zich in een voormalige middelbare school bevind, maar dit werd tijdens de Khmer Rouge gebruikt als gevangenis en martelkamer. Er waren 4 gebouwen te bezoeken. In de gebouwen zijn foto’s te zien van de gevangenen, soms voor en ook na de marteling. Heel heftig om te zien. Een ander gebouw was nog in originele staat, met prikkeldraad en kleine cellen waar mensen vastgeketend werden. Het is niet voor te stellen hoe het hier geweest moet zijn in die tijd. Bij de uitgang zat 1 van de 7 overlevenden, Chum Mey, van wie een boek hebben gekocht.

Daarna zijn we met de tuktuk naar Choeung Ek Killing Fields gereden. Hier werden de gevangenen van S21 naar toe gebracht om vermoord te worden. Het is 1 van de 388 killing field in Cambodja, maar wel 1 van de grootste. Mensen werden geblinddoekt en geboeid hier naartoe gebracht en vervolgens met een bamboestok of ander wapen het hoofd van achter in te slaan. Ook kinderen zijn hier vermoord door ze tegen een boom te slaan. Men vond dat hele gezinnen uitgeroeid moesten worden. Vrouwen werden, nadat ze hun kinderen vermoord hadden zien worden, vaak eerst nog verkracht en dan bij het graf van de kinderen gegooid. Er zijn op deze plek 129 massagraven waarin meer dan 20.000 lichamen gevonden zijn. Het is heel moeilijk om dat te beseffen.

Na het indrukwekkende bezoek is het tijd om terug te gaan naar het hotel en dit allemaal even te laten bezinken.

Dinsdag 17 december: tranferdagje
Vandaag was het tijd om de hoofdstad te verlaten en via een lange rit naar de provincie Mondulkiri te gaan. Om 8 uur stond onze chauffeur ons al op te wachten en begon de rit. Eerst nog een heel stuk door de stad en toen langs wat kleinere dorpen. We zijn even gestopt bij het dorp dat als bijnaam spidertown heeft, omdat ze nogal rare eetgewoonten hebben. Heerlijke gefrituurde tarantula, schorpioenen en andere insecten waren er te koop.

Daarna hebben we ook nog een korte stop gemaakt bij de tempel Nokorbachey. Hier waren ze druk bezig met een bruiloftsfotoshoot.

Toen was het nog een heel stuk naar ons einddoel. Langzaam werd het wat groener langs de weg, met veel peper-, rubber-, en cashewnoten plantages. We zijn dichtbij de grens met Vietnam nog even gestopt voor de lunch en kwamen toen uiteindelijk rond vier uur aan in ons hotel in Sem Monorem. Hier hebben we een mooie hut die uitkijkt op een groen vlakte.

Woensdag 18 december: elie lovers

Vandaag stond in het teken van de Aziatische olifant. Na een vroeg ontbijt werden we om 7 uur opgehaald en bij een cafe in de stad afgezet. Hier moesten we papieren invullen en nog wachten op een paar andere mensen en toen vertrokken we voor een 20 minuten durend ritje naar het Elephant Valley Project. Daar aangekomen kregen we eerst informatie over het project. Het project is opgericht door een Brit en momenteel leven er 9 olifanten in de vallei. Deze olifanten komen uit de logging (houtkap) industrie of uit de toerisme industrie. De meeste zijn al ruim op leeftijd (boven de 50) en sommige dieren kennen heel tragische verhalen. Het project koopt de olifanten (rescue) of sluit een contract af met de eigenaar voor een bepaald aantal jaren. Naast de olifanten ondersteunen ze zo ook de lokale gemeenschap door mensen aan te nemen als mahout (olifantenbewaker) of mensen die bij het project werken en nog veel meer. Ik heb niet alles onthouden, maar het is vast terug te vinden op hun website. Daarna werden we in groepen verdeeld en gingen wij met Chris en lokale gids Toin maar de eerste olifanten. Daarvoor moesten we eerst bergaf de vallei in en na een stukje lopen kwamen we Sambo en Ruby tegen. Sambo is een bekende olifant in Cambodja. Chris vertelde dat je over haar leven een film kan maken. Ze is als jonge olifant gevangen in het bos. Haar eigenaar had zes olifanten en tijdens de Khmer Rouge zijn die in beslag genomen, alleen Sambo heeft het overleeft, wel met flinke verwonding aan haar achterpoot. Daarna heeft ze altijd toeristen op haar rug gehad bij de belangrijkste tempel in Phnom Penh en liep ze jarenlang over beton en kreeg ze een dieet gebaseerd op suiker. Ze was heel beroemd in Cambodja en toen de eigenaar besloot haar naar het project te brengen is er een documentaire gemaakt over haar verhuizing. Sambo heeft gelijk een vriendschap gesloten met Ruby. Ruby is veel kleiner omdat ze te vroeg bij haar moeder is weggehaald waardoor ze niet volgroeid is. Ruby werd gebruikt voor de houtkap waardoor ze een bochel heeft.

Wanneer we ze vinden zijn ze rustig aan het eten, maar langzaam lopen ze naar het water, waar de mahouts ze later doen wassen. Sambo en Ruby hebben nooit zelf geleerd hoe ze zich moeten wassen, dus vandaar dat de mahouts het doen. Bij dit project is het niet de bedoeling dat wij als bezoekers de olifanten aanraken, we doen alleen observeren en dat is heel fijn. Na het bad gooien de olifanten modder op zich en gaan ze zich schuren aan een boom. Iets was Sambo allemaal van Ruby heeft moeten leren omdat ze dat zelf nog nooit had meegemaakt.

Na een tijdje observeren gaan we terug de berg op richting het base camp, waar we een lekkere lunch krijgen en even kunnen relaxen. Het is ook behoorlijk warm, en een relatief pittige hike in de jungle is dan niet bevordelijk. Rond twee uur vertrekken we voor de tweede hike van vandaag, nu naar de riviervallei waar we vier olifanten zien: Ningwan, Meanang, Pearl en de nieuwste aanwinst Gee Chreng die er pas een paar dagen was. Twee van de olifanten waren olifanten van een community. Ze hoefden niet heel hard te werken maar de community heeft besloten dat ze beter af waren in het project. Ningwan was de olifant van de oom van Toin, onze lokale gids. Gee Chreng en zij hadden elkaar 12 jaar niet gezien, dus het was heel mooi toen ze elkaar vorige week ontmoeten. Ningwan zal helaas waarschijnlijk wel binnenkort sterven, haar laatste set tanden is bijna afgevijld een teken dat een olifant bijna aan het eind van het leven is.

Van de vier dieren heeft Meanang waarschijnlijk het meest tragische verhaal. Haar eigenaar had haar gekregen van een olifanteneigenaar omdat een olifantenmannetje de zoon van de eigenaar had vermoord. Alleen wist de eigenaar niet wat hij met haar moest en hoe hij haar moest trainen, daarom heeft ze veel littekens en is ze ook blind aan een oog. Ze zat ook jarenlang aan een ketting van twee meter en ze had nooit andere olifanten gezien, dus toe ze bij het project kwam rende ze van schrik de andere kant op. Nu leeft ze volgens Chris nog vaak in jaar eigen wereld, maar heeft ze wel aansluiting bij de groep waar Ningwan als matriarch dient.

In de ochtend was het echt observeren van de olifanten, bij deze groep was het zo dat ze eerst gingen wassen in de rivier en daarna volgden we ze door de jungle. Ook heel mooi om te zien hoe zulke grote dieren soms helemaal kunnen verdwijnen in de jungle.

Na ze een tijd gevolgd te hebben was het tijd om terug omhoog te lopen naar basecamp en vervolgens weer naar de ingang van het park. Moe maar voldaan waren we net voor het donker weer terug in het hotel.

Donderdag 19 december: onverwachte ontmoetingen
Vandaag stond een jungle trektocht op het programma met een lokale gids. We werden om 8 uur opgehaald door Nor, een lid van de Bunong bevolking. Al snel werd duidelijk dat we niet richting de jungle gingen, waarschijnlijk was er iets fout gecommuniceerd omdat een andere gids niet kon. Maar uiteindelijk maakte dat niet uit en hebben we een gezellige dag gehad. Nor nam ons eerst mee naar een dorpje in het gebied van Dak Dam, onderdeel van de Bunong gemeenschap. De Bunong zijn de originele bewoners van dit gebied. Vroeger woonde ze in de jungle, tegenwoordig meer in nederzettingen. We hebben een stukje door het dorpje gelopen en hebben een tijdje gekeken bij een oudere vrouw die aan het weven was, dit leek heel erg op wat we in Peru hebben gezien. Ook liet Nor ons zien waarvan traditionele wijn wordt gemaakt in grote kruiken. Vervolgens hebben we genoten van een lekkere traditionele lunch.

Na even relaxtijd te hebben gehad gingen we door naar de Dak Dam waterval. Een mooie hoge waterval. Bunong zijn traditioneel animistisch, dat wil zeggen dat ze geloven dat alle dingen een ziel hebben. Voor hun zijn watervallen en ook bepaalde bomen dus heilig.

Na het bezoek aan de waterval nam Nor ons mee naar zijn thuisdorp, Putang. Daar ontmoeten we zijn familie en mogen we binnenkijken in een traditionele Bunong woning, waar zijn oma en opa nog altijd in wonen. Nor wil graag een eigen homestay uitbreiden met een zelfstandig eigen traditioneel huis. Hij spreekt vol trots over zijn bevolking, familie en dorpje. Na het afscheid heeft hij ons teruggebracht naar het hotel. Hoewel de dag niet zo ging als we hadden gedacht was het wel heel bijzonder om Nor te ontmoeten en hem over zijn dromen te horen praten.

Vrijdag 20 december: transport
Om 8 uur was het tijd om afscheid te nemen van de vriendelijke meisjes van de Nature Lodge en op weg te gaan naar onze nieuwe bestemming. Eerst een stukje over dezelfde weg terug. Langs de kant van de weg lagen allemaal witte hoopjes, dit bleek rubber te zijn dat werd opgehaald door een vrachtwagen, elke morgen weer. Daarna namen we de afslag richting Kratie waar we rond half 12 aankwamen om een boottocht te doen op de Mekong op zoek maar de Mekong dolfijnen, Irriwaddy dolfijnen. Een bijzonder soort, met een platte kop, waar er niet meer zo heel veel van zijn. In deze omgeving leven er ongeveer 60, maar de rivier is lang en breed. Na een tijdje varen zien we een groepje van zo’n 20 dieren voor ons zwemmen. Het is lastig om foto’s te maken want ze komen amper boven en dan duiken ze alweer naar beneden. We hebben ze een tijdje geobserveerd en zijn toen terug gevaren naar de kade.

Toen was het nog een stukje rijden naar de veerboot die we moesten nemen naar het eiland waar we vannacht blijven, Koh Trong. Stel je niet te veel voor van de veerboot, het is gewoon een bootje dat op en neer vaart wanneer ie vol is. We hadden geluk dat we gelijk mee konden, soms moet je redelijk lang wachten aldus onze chauffeur. Aan de overkant stond de motoren ons al op te wacht om ons naar het hotel te brengen. Achterop de motor dus en gaan! Het hotel heeft mooie villa’s in oude stijl als kamers.

Rond vier uur vertrekken we weer voor een fietstocht rond het eiland met een lokale gids. Even wennen aan de fiets (iets te klein en rammelt van alle kanten) en dan fietsen we redelijk snel (de zon gaat al langzaam onder) langs de traditionele khmer huizen, pagodes en de big tree (al 230 jaar oud) waar vleerhonden in hangen. We stoppen ook even bij het community project (heel belangrijk op dit eiland) waar we een boom planten en onze naam erbij mogen zetten. We vragen ons af hoe lang het bordje blijft staan, maar ach we hebben weer een goede daad verricht. Daarna fietsen we nog naar het drijvende dorp van de Vietnamese vissers, wat heel mooi is met een ondergaande zon op de achtergrond. Dan is het tijd om door te fietsen om voor het donker weer terug op het hotel te zijn. Het was een leuke manier om het eiland te bekijken, alleen hadden we net wat te weinig tijd om overal foto’s van te maken.

Zaterdag 21 december: even rustig aan
Vandaag is een transferdagje. Om half 8 nemen we de tuktuk naar de plek waar de veerboot aankomt (haven kun je het niet noemen) en dan nog de moto naar beneden. We hebben geluk, de veerboot komt net aanvaren en na even wachten zijn we rond half 9 aan de overkant. We gaan vandaag naar Banlung in de Ratakiniri provincie. Onderweg stoppen we nog even langs de weg om wat ananas te kopen en we mogen ook nog wat sticky rijst in bamboe en met banaan proberen.

Eenmaal in Banlung stoppen we nog even om de tempel te bekijken voor we door rijden naar het hotel, waar het verder erg rustig is (heel verschil met gisteren). In de middag doen we het verder rustig aan.

Om vijf uur hebben we nog een korte briefing over de trekking die we morgen gaan doen. De gids en de eigenaar van het bedrijf smiling tours komen ons vertellen wat we kunnen verwachten en wat we mee moeten nemen. Het wordt een tour met alleen ons twee, dat hadden we niet gedacht maar is wel fijn. We vertrekken morgen eerst per auto en dan nog een stuk achterop een motor tot het station headquarters. Dan moeten we vroeg slapen want om drie uur in de nacht moeten we op om de gibbons te gaan zoeken. We zullen zien.

Na de briefing eten we nog bij het hotel. Wij zijn de enige gasten en de vrouw des huizes maakt speciaal voor ons wat fried rice en gaat zelfs cola halen bij de markt. Het zijn heel lieve mensen hier, maar eigenlijk tot nu toe overal in Cambodja.

Zondag 22 december: welcome into the jungle
We mochten uitslapen vandaag. Onze gids, mana, kwam ons rond 10 uur ophalen voor de lange reis naar het station headquarters van de rangers van Veun Sai-Siem Pang national park. Eerst ongeveer drie kwartier met de auto tot Veun Sai district. Daar de auto weggezet en met de ferry naar de overkant. Ook weer een mooie ferry: planken over drie boten waarmee dan ook nog twee auto’s over konden. Na de korte overtocht stonden de drivers van de moto’s ons al op te wachten. Het eerste stuk was prima te doen, maar toen we de jungle ingingen werd het een mountain bike parcours. Heel knap hoe die jongens ons veilig daar hebben weten te krijgen. Na ongeveer drie kwartier hobbelen waren we bij het station. Op het moment waren vijf rangers daar, zij moeten onder andere de illegale houtkap in de gaten houden. Ook zijn er af en toe onderzoekers, maar op het moment niet. Wij waren de enige toeristen. Mana had al gezegd dat er de laatste tijd steeds minder toeristen naar deze regio komen, dus ze waren wel heel blij met ons. Een van de rangers, mr chum, was onze lokale gids.

Na de lunch mochten we even relaxen en settlen in onze kamer, lekker basic: twee matrassen op de grond met een muskietennet erover. Rond drie uur gingen we een wandeling maken rond het station. Mr Chum wees ons allerlei planten aan die gebruikt worden bij traditionele medicijnen. Ook zien we weer de resin boom, die we al bij elephant valley gezien hadden, maar mr Chum laat ons zien hoe de hars geoogst kan worden door de boom een paar minuten te laten branden. Ook laat hij nog een andere boom zien waar wit kleverig spul uitkomt, dat ze op takken smeren om zo vogels te vangen.

Na de twee uur durende wandeling zijn we doorweekt van het zweet. Hoewel de wandeling prima te doen was, is de temperatuur toch best wel pittig. Na even bijkomen is het tijd voor avondeten. Een van de rangers is van Laos en heeft traditioneel eten gemaakt voor ons. Het is beetje te te veel, maar wel heerlijk. Na nog even nagepraat te hebben, Mana blijkt liefhebber te zijn van Nederlands voetbal, gaan we vroeg slapen.

Maandag 23 december: gibb-on, gibb-off
De wekker gaat om half vier. Snel aankleden, hoofdlamp op en dan vertrekken we richting de rand van het gibbon territorium, een uurtje lopen ongeveer (in het donker). Daar wachten we op de zonsopkomst en op de roep van de gibbons. We horen wel veel vogels, maar nog geen gibbons (in het droge seizoen doen ze soms niet roepen). Dan hoort mr chum iets en rent de jungle in. Even zijn we hem kwijt maar dan weet Mana hem weer te traceren door middel van afgebroken takken die hij als sporen voor ons achterlaat. Ineens zien we hoog in de bomen de gibbonfamilie. Het zijn er vijf in totaal: vader, moeder, twee oudere zoons en een jonge dochter die nog bij de moeder is. Ze slingeren door de bomen terwijl ze blaadjes eten en trekken zich niks van ons aan. Het is een gibbon soort die pas in 2010 ontdekt is. De mannetjes zijn zwart met geelwitte wangen en de vrouwtjes zijn geheel geelwit. Er leven acht families in deze regio en twee daarvan zijn gewend aan mensen, daarom kunnen we de groep ook goed volgen. En met volgen bedoel ik dus dwars door de jungle, er is geen pad, om de haverklap blijf ik hangen aan een tak of plant en neem zo de halve jungle mee, maar het gaat allemaal prima. Het is leuk om de gibbons te volgen, maar na een paar uur laten we ze toch met rust en lopen we terug naar waar we begonnen zijn om daar ontbijt te eten.

Daarna is het teruglopen naar het station, alwaar de drivers van de moto’s ons al staan op te wachten. Via de hobbelige weg gaan we weer terug en nemen weer de ferry en de auto terug naar het hotel. Tijd voor een douche want we zitten onder het stof. De rest van de middag is het tijd om te relaxen.

Dinsdag 24 december: de tent op stelten
Ook vandaag was het weer vroeg opstaan. We hadden een lange weg te gaan naar Siem Reap en omdat het niet zeker was hoe lang het ging duren vanwege snelheidsbeperkingen hadden we afgesproken dat we om 6 uur vertrokken. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee en waren we rond 13 uur al in ons hotel in Siem Reap. In de middag hebben we dus nog even de buurt rondom ons hotel verkend, waar we onder andere Wat Damnak hebben bezocht en een souvenirmarktje hebben gevonden.

In de avond was het tijd voor een bezoek aan het circus. Dit circus bestaat uit artiesten die zijn opgeleid op een school in Battambang. Ze zijn allemaal straatkinderen die op deze manier scholing krijgen en een vak leren. Voor de voorstelling hebben we eerst nog even gegeten en toen mochten we de tent betreden. En wat een geweldige show was dat, vol humor en spectaculaire stunts. Wij hebben de show “eclipse” gezien dat als thema pesten heeft. De artiesten waren super en de live muziek maakte het helemaal af. Een geslaagd avondje uit dus!

Woensdag 25 december: tempel hoppen
Vandaag was het tijd om de plek te bezoek waarvoor alle toeristen naar Siem Reap komen: het tempelcomplex van Angkor. Om 8 uur stond onze gids, Boret, en een tuktuk al op ons te wachten. Eerst even een ticket scoren toen op maar de tempels. De eerste die we bezochten was al gelijk het grootste complex, namelijk Angkor Thom. Een stad van wel 9 vierkante kilometer met daarin enkele tempels, die voornamelijk door koning Jayavarman VII is gebouwd en waar in die tijd (rond 1200) wel een miljoen mensen woonde. We betreden de stad via de zuidpoort, met aan een kant van de weg goden en aan de andere kant demonen.

Daarna rijden we met de tuktuk anderhalve kilometer verder naar de tempel Bayon, gewijd aan Boedha. Deze tempel heeft heel vele torens die smiling boedha bevatten. De tempel is een mix van hindoeisme en boedisme, want van allebei is wel iets terug te vinden in de tempel, wat ook de bedoeling van Jayavarman is.

De zuilengang die deels ingestort is bevat veel reliëfen die allemaal verhalen vertellen. Mede om op deze manier de bevolking te informeren omdat deze niet konden lezen. Zo is er een reliëf over een grote waterslag tegen de Cham, maar ook veel reliëfen over het dagelijks leven.

Na het bezoek aan Bayon zijn we door gelopen naar de Baphuon tempel die we beklommen hebben. Dit is een ander type tempel, namelijk een piramide tempel. Aan de achterzijde was (als je goed keek) een reclining boedha (een liggende boedha) te zien.

Daarna zijn we nog langs een aantal kleinere tempels gelopen om vervolgens via het olifantenterras, een enorm plein waar de koning parades, feesten enz zag gebeuren, weer bij onze tuktuk uit te komen.

Vervolgens zijn we via een andere poort de stad weer uit gereden en hebben we nog even een korte stop gemaakt bij twee kleinere tempels: Chau Say tevoda en Thommanon.

We zijn nog langs Ta Keo gereden en vervolgens gestopt bij Ta Prohm, de tempel die bekend is geworden door de Tomb Raider films. De tempel is overwoekerd door de jungle, wat mooie plaatjes oplevert. Grote wortels van bomen die door de stenen groeien, erg indrukwekkend om te zien!

Na al die tempels en de vele informatie die we van Boret hebben gekregen was het even tijd voor rust tijdens de lunch voordat we doorgingen naar de laatste tempel van vandaag: Angkor Wat. Deze tempel is gebouwd door koning Suryavarman II in de vroege twaalfde eeuw. Ook in deze tempel zijn weer mooie reliëfen te vinden over onder andere “het karnen van de zee van melk”, een belangrijk verhaal uit het Hindoeïsme. We snappen dat dit bouwwerk op de werelderfgoedlijst staat, het is heel bijzonder om te zien. Boret heeft ons ook op een goed tijdstip hier gebracht, de zon gaat langzaam onder waardoor de steen een goudachtige kleur krijgt (blijkbaar waren de torens vroeger met echt goud bekleed). Na een hele tijd te hebben rondgelopen was het tijd om de tempel te verlaten en dus ook Angkor voor vandaag te verlaten. Morgen komen we weer terug voor meer tempels!

Donderdag 26 december: nog meer tempel hoppen
Na een goede nachtrust was het weer tijd om nog meer van de vele tempels in het Angkor gebied te bekijken. Boret kwam ons rond 9 uur ophalen en we reden via dezelfde weg Angkor Thom binnen, waar het nu enorm druk was bij de poort van de zuid entree. We maakten even een korte stop bij het “terrace of the elephants” en “terrace of the leper king”, omdat we gisteren niet naar de reliëfen gekeken hadden.

Daarna reden we door en Angkor Thom weer uit. De eerste tempel die we bezochten was Preah Khan, ook weer gebouwd door koning Jayavarman VII, ter ere van zijn vader (Ta Phrohm was ter ere van zijn moeder). Ook in deze tempel heeft de jungle de tempel langzaam overgenomen, wat mooie effecten geeft.

Vervolgens hebben we een bezoek gebracht aan de tempel Neak Pean. Deze ligt op een kunstmatig eiland in Jajatataka reservoir. Waarschijnlijk was de tempel gebouwd omdat het water heilig was en mensen dus kon genezen (soort Lourdes dus). Er liggen vier vijvers om de centrale tempel heen die elk staan voor 1 van de vier elementen: water, aarde, vuur en wind.

De volgende tempel die we bezochten was Ta Som, een vergelijkbare (maar kleinere) tempel als Preah Khan en Ta Prohm.

Als laatste (voor de lunch) bezochten we East Mebon, een ander type tempel, gebouwd door koning Rajendravarman ter ere van de hindoegod Shiva.

Daarna was het een stukje rijden met de tuktuk. Na de lunch gingen we Banteay Srei bezoeken, maar deze tempel ligt een stukje van de rest af, ongeveer een half uurtje met de tuktuk. Banteay Srei wordt ook wel de vrouwentempel genoemd omdat een lichtroze kleur heeft (ander type steen) en omdat de carvings zo gedetailleerd zijn dat het wel door een vrouw gedaan moest zijn (dacht men vroeger).

Toen was het weer een stukje terugrijden en eindigden we bij de tempel Pre Rup, die vergelijkbaarwas met East Mebon. Pre Rup wordt druk bezocht voor de zonsondergang te bekijken, maar de zon maakt de gebouwen ook een mooie rode kleur.

Vrijdag 27 december: betere kansen
Vandaag stond rond half 9 een tuktuk voor ons klaar die ons naar het platteland net buiten de grote stad bracht. Op maar een paar kilometer afstand van het drukke Angkor werden we opgewacht door een groep kinderen van de building future opportunity school van Heng Sophean, onze gids voor vandaag. Hij heeft deze school opgericht om kinderen uit dit arme gebied een betere kans te bieden, want wanneer ze Engels kunnen spreken en met computers kunnen omgaan (ze krijgen les in Word en Excel) dan hebben we een betere kans op een goede baan. Elke keer wanneer er bezoekers komen mogen een aantal kinderen ze begroeten en zo hun Engels oefenen. De meeste die ons begroeten zijn 7 of 8 jaar maar de twee 12 jarige meisjes stellen de meeste vragen (of durven ze te vragen). Ze willen later verpleegster en stewardess worden en dan naar New York gaan. Het is een leuke begroeting in het community center waar door vrijwilligers uit verschillende landen een aantal gebouwen gebouwd zijn waar de gemeenschap (van wel 800 families) gebruik van mag maken.

Na de ondervraging legt Sophean ons het proces van rijstverwerking uit, het belangrijkste product van deze regio. De rijst wordt gemalen, gezeefd en dan nog eens geplet. We mogen alles zelf proberen en het is behoorlijk arbeidsintensief!

Daarna gaan we de rijstvelden in, de laatste oogst was vorige week dus daar kunnen we niet meer bij helpen. Wel gaan we op zoek naar krabben die zich diep in de modder hebben ingegraven en naar vissen in de poeltjes die nog op het rijstveld staan. We vinden een aantal krabben, maar niet zoveel vissen. Dan gaan we terug naar het centrum voor de lunch (met onder andere de krabben).

Na de lunch mogen we oefenen met manden van ratan vlechten. Allebei mogen we een mandje maken dat we ook als souvenir mee naar huis krijgen.

Daarna mogen we nog een kijkje nemen op de school, waar 1 van de leraren ons enthousiast rondleid. Een aantal klassen zijn bezig, op deze school krijgen ze dus een dagdeel Engelse les, het andere dagdeel gaan ze naar de government school voor andere vakken. Sophean legt uit dat het soms lastig aan de ouders uit te leggen is dat Engels leren goed voor de kinderen is omdat ze niet gelijk resultaat zien en dus liever hebben dat de kinderen thuis helpen. Op school leren de kinderen ook nog over hygiene (handen wassen), groente kweken en kunst. Een heel mooi initiatief van Sophean, waar waarschijnlijk een hoop kinderen van kunnen profiteren. Na de rondleiding komt de jongste broer van Sophean, ook leraar, langs om te vragen of we hem willen helpen met een aanvraag voor een beurs voor een utwisseling met een Amerikaanse universiteit. Natuurlijk willen we dat en we hopen ook van harte dat hij deze kans krijgt, wanneer we de lijst van activiteiten zien die hij al voor de gemeenschap heeft gedaan zijn we heel erg onder de indruk.

In de avond bezoeken we bambustage om daar een traditionele shadowpuppet show bij te wonen. Net als bij het circus is dit ook weer een erg leuke show, met artiesten die er vol voor gaan, live muziek en een leuk verhaal over een buffel. Na de show mogen we ook zelf even met de poppen werken, dat is nog best lastig!

Zaterdag 28 december: vergane glorie
Om negen uur worden we opgehaald door Ponlok van Banteay Chmar community based tourism (CBT). We hebben 1 overnachting bij hun geboekt, een homestay, en daaraan zijn allerlei activiteiten gekoppeld. Eerst rijden we zo’n 3 uur richting het noorden (dichtbij Thaise grens) en dan stopt Ponlok eerst bij onze homestay zodat we bagage kunnen neerzetten. We slapen vannacht in het huis van Sarin en Mom. Een ouder koppel dat een aantal kamers aanbiedt als homestay. In de gemeenschap zijn er zo een aantal gezinnen die een homestay aanbieden. Veel tijd om te praten hebben we niet want we gaan met Ponlok terug naar het gebouw van CBT om daar te lunchen. Na de lunch praten we even met onze gids van vandaag, Holl, en met een paar andere reizigers uit Noorwegen. Daarna gaan we de tempel van Banteay Chmar, ook gebouwd door koning Jayavarman VII (die man heeft aardig wat tempels gebouwd) en dus ook uit de periode van Angkor. Holl legt uit dat deze tempel erg snel, met kleine stenen, gebouwd is waardoor het geen goede constructie was met als gevolg dat het grootste gedeelte van de 56 torens als puzzelstukjes op de grond ligt. De torens die er nog wel staan moeten ondersteund worden, maar er zijn nog vijf smiling faces te zien (vergelijkbaar met Bayon). In de galerie is ook een mooi (gerestaureerd) reliëf te zien dat lijkt op dat van Bayon. Holl legt ons het hele verhaal uit, het bestrijkt een geschiedenis van vier jaar met weer afbeeldingen van de verschillende oorlogen met de cham maar op een andere plek ook nog over de hongersnood onder de bevolking als gevolg van de oorlog.

Na de centrale tempel lopen we nog naar 1 van de 9 satelliettempels, Ta Prohm. Ook hier staat niet heel veel meer van overeind, maar her en der zijn nog wel mooie stukjes te vinden.

Vervolgens lopen we terug naar het gebouw van CBT, waar we weer even bijkletsen met andere reizigers voordat we weer terug naar de tempel gaan waar we eten geserveerd krijgen bij kaarslicht en een vijfkoppig orkest dat traditionele miziek voor ons speelt. Erg bijzonder!

Na het eten gaan we terug naar de homestay en praten we even met Sarin, we moeten ons Khmer oefenen want Sarin spreekt alleen een klein beetje Engels en Frans. Maar het gaat heel goed. Dan is het weer tijd om te gaan slapen, aangezien er een feestje op de hoek van de straat is, is dat nog best lastig. Cambodjanen houden van harde muziek bij hun feesten, maar het is wel redelijk snel stil.

Zondag 29 december: Arc de Triomf
De stilte wordt om 4 uur verbroken door een tractor en verschillende hanen die het tijd vinden om geluid te maken. We doezelen nog een beetje weg, maar staan toch al snel op. We praten nog even me Sarin, hij wil graag dat we in het gastenboek schrijven en op de wereldkaart aanwijzen waar we vandaan komen. In het gastenboek zien we dat hij veel bezoekers van over de hele wereld heeft gehad. Hij lijkt oprecht blij dat we zijn langs gekomen en poseert trots voor zijn huis.

We lopen naar het CBT voor ontbijt en gaan daarna weer met Holl op pad. Eerst naar de pagoda, die vorig jaar gebouwd is. Het is erg kleurrijk van binnen met weer een mix van hindoe en boedistische elementen. De Khmer Rouge heeft hier ook goed huisgehouden. Holl laat een verzameling botten zien die gevonden zijn rondom de pagode. Hij vertelt dat hij zelf toen hij 5 jaar oud was ook zijn vader heeft verloren door de Khmer Rouge.

Vervolgens lopen we naar de lokale markt waar vanalles te koop is: vlees, vis, fruit, groenten en ga zo maar door.

Daarna staat er een ouderwets vervoermiddel op ons te wachten, de ossenkar. We rijden hier een stukje mee het dorp uit, langs velden met cassave en mango.

Dan staat het volgende vervoersmiddel al te wachten, de kuyon, een gemotoriseerde tractor die ze gebruiken op het veld. Met deze kuyon gaan we naar een tempel die een stuk buiten het dorp ligt, Banteay Thorp. Deze tempel is gebouwd voor de militairen. Hier konden ze voor een oorlog bidden voor kracht en na de oorlog danken voor een overwinning. Ook van deze tempel staat niet heel veel meer overeind. In 2010 is een nieuwe pagode gebouwd die deze functie heeft overgenomen.

De lunch krijgen we geserveerd voor de tempel, dat voelt wel weer bijzonder. Dan is het tijd om afscheid te nemen van Holl en gaan we met Ponlok op weg naar battambang. In Battambang overnachten we in een kleiner guesthouse gerund door twee Fransen. We lopen nog een stukje door de stad, maar het is best een drukke stad en de bezienswaardigheden liggen meer buiten de stad (en daar hebben we geen tijd voor) dus we besluiten bij het guesthouse te eten en op tijd naar bed te gaan.

Maandag 30 december: van diepvries naar sauna
Rond half 8 stond onze taxi al klaar om ons naar Kampong Chhnang te brengen. De chauffeur had de airco op standje diepvries staan. Op zich hebben we niks te klagen gehad over de rijstijl van onze chauffeurs. Deze chauffeur reed veilig, maar wist wel het gaspedaal goed te vinden en leek er een kunst van te maken iedereen voorbij te gaan. Zo’n 3,5 uur later waren we bij het hotel in kampong Chhnang. Zo koud als het in de auto was, zo warm was het in de kamer die we kregen. We hadden niet veel tijd om daar rond te hangen, dus we dachten dat dat nog wel zou goed komen. Na de lunch werden we opgehaald door tuktuk driver mister Channy die ons van allerlei plekken in en buiten de stad liet zien. Als eerste bracht hij ons naar een pagode op een heuvel, met een uitzicht richting de stad (dat wat belemmert werd door bomen).

Vervolgens gingen we op bezoek bij enkele pottenbakkers, dat is de specialiteit van dit gebied. Een chnang is een soort kookpot. De eerste plek was een kleine fabriek waar deze potten gemaakt werden. De klei halen de mensen van de naastgelegen heuvel met de bijnaam “gouden grond” omdat er kleine goudstukjes in zitten. Bij de volgende plek zien we een stap eerder in het productieproces, het vormen van de potten en bij de laatste stop mogen we zelf een poging wagen om een pot te maken.

Daarna rijdt mister Channy met ons door het platteland. We zien onder andere iemand een palmboom in klimmen met een bamboeladder om zo het sap te collecteren om suiker of wijn van te maken. Maar ook zijn er mooie rijstvelden (wel al geoogst, dus niet zo groen) te zien.

Wanneer we terugkomen bij de stad komen we uit bij een soort optocht, dat blijkbaar iets politieks is, maar toch wel leuk om te fotograferen.

Daarna mogen we even rondlopen over de lokale markt. Aziatische markten zijn geweldig om te zien: smalle gangen met van alles en nog wat. Vissen die nog spartelen, motors die er doorheen rijden, schreeuwende mensen, honden die restjes opeten. Je krijgt heel wat indrukken!

Vervolgens rijden we naar de haven waar we met een klein bootje en een klei vrouwtje een tocht maken naar twee drijvende dorpen verderop in de rivier. Het is onvoorstelbaar hoe mensen hier kunnen wonen op soms een heel erg kleine oppervlakte, erg indrukwekkend. Op de terugweg zien we nog een mooie zonsondergang.

Eenmaal terug in het hotel blijkt dat het niet veel koeler wordt en de airco het niet doet. We maken er maar het beste van, maar dit is niet het fijnste hotel waar we hier geslapen hebben.

Dinsdag 31 december: knallend het jaar uit
We werden rond 7 uur opgehaald door onze taxi chauffeur om ons naar Kampot te brengen. Dit was een andere chauffeur dan gisteren, maar ook hij kon het gaspedaal goed vinden en vond het leuk om anderen snel in te halen. Hij zei dat hij ons binnen 3 uur in Kampot zou brengen. Dit vonden wij al raar want op onze papieren stond dat de rit 5,5 uur zou duren, maar hij zei dat hij een kortere weg wist. Alleen bleek dat niet zo te zijn en had hij zich per ongeluk verreden waardoor we een hele tijd de verkeerde kant op gingen. Uiteindelijk waren we binnen de verwachte tijd van 5 uur in Kampot. Aldaar bleek dat de chauffeur ook niet wist waar het hotel was en hebben we eerst onnodig in een file gestaan voordat we eindelijk bij het hotel waren.

Kampot voelt een beetje on-Cambodjaans aan, het lijkt meer op een Spaanse badplaats met allemaal hotels en eettentjes. Alleen zijn hier geen proppers voor de disco maar wel tuktuk chauffeurs die je continu aanspreken of ze je ergens naartoe moeten brengen. Het hotel ligt aan de rivier en toen we aankwamen zagen we allemaal mensen een matje op de kade leggen. Later bleek dat dit reserveren van plekken was voor vanavond, grappig om te zien dat dat hier ook gebeurt. In de middag hebben we voor de rest niet veel gedaan. Een dagje even niks doen is ook wel fijn. Tijdens happy hour bij het restaurant van het hotel hebben we een cocktail genomen en geproost op het nieuwe jaar. Toen het donker werd kwamen er al meer families naar hun plekje op de kade en gingen gezellig samen eten en al vuurwerk afsteken (kleine vuurstaafjes). Om middernacht was er niet echt een aftelmoment maar werd er wel even een paar keer iets groter vuurwerk afgeschoten. Cambodjanen vieren eigenlijk niet dit nieuwjaar maar hun eigen Khmer nieuwjaar, dat in april valt en drie dagen duurt.

Woensdag 1 januari: zout en peper
Vandaag stond een tour van de omgeving op het programma. Rond 9 uur werden we opgehaald door onze tuktuk chauffeur van vandaag Chok. Hij bracht ons eerst naar de zoutvelden van Kampot. Hier wordt zout geproduceerd voor gebruik in Cambodja, geen export. Het komt van het zeewater (want Kampot ligt dicht bij de oceaan) dat vervolgens verdampt.

Hierna rijden we door naar de grot Phnom Chnouk. In deze grot is een hindoetempel te vinden die nog ouder is dan de tempels van Angkor. Dit gebied werd in de tijd van de khmer rouge gebruikt door het leger hiervan om te vechten met de Vietnamezen. Het hele gebied lag vol landmijnen en is pas sinds 1999 mijnvrij verklaard. Sinds die tijd wonen er ook weer mensen in het gebied.

Wanneer we verder rijden passeren we allemaal groenteveldjes. De mensen hier gebruiken het water uit het kanaal om groentes zoals sla en bloemkool te kweken. We maken ook nog een stop bij het secret lake dat gemaakt is in de tijd van de Khmer Rouge. Zo’n 1200 mensen zijn gestorven bij het maken ervan.

Vervolgens stoppen we bij een peperplantage, waarvan er hier in de buurt heel veel zijn. De peperplanten groeien rondom bakstenen of hout en de peper die geoogst wordt kan rode, zwarte en witte peper worden (ligt eraan hoe ze het behandelen).

Daarna rijden we door naar het badplaatsjeKep, dat vooral bekend staat om zijn krab die we mogen proeven tijdens de lunch in een plaatstelijk restaurant.

Vervolgens rijden we weer terug naar Kampot, waar we nog een rondje lopen en genieten van een mooie zonsondergang.

Donderdag 2 januari: langzaam wegdrijven
Onze laatste excursie in Cambodja. Langzaam tijd om gedag te gaan zeggen tegen dit mooie land. Maar eerst nog een boottochtje over de Kampot rivier. Voor het eerst deze hele vakantie was de tuktuk later dan de afgesproken tijd. Maar een minuutje of 10, maar tot nu toe waren alle chauffeurs ruim van te voren (soms wel meer dan een uur te vroeg) aanwezig. De tuktuk bracht ons naar Green House waar Bjorn al op ons stond te wacht. Bjorn komt oorspronkelijk uit Duitsland, maar is na wat omzwervingen in Azië hier in Kampot terecht gekomen en doet nu boottochtjes over de Kampot rivier. Hij legt ons dingen uit over de verschillende bomen langs de rivier en hun manier van voortplanten. Zo is er heel vaak de nipa palm (mangrove palm) te zien, die zaden heeft die in een soort bolvorm samenzitten en als de zaden rijp zijn vallen ze in het water en kunnen zo weken drijven, soms komen de zaden dan al uit. De nipa kan goed tegen brak water, want het water hier is in de regentijd met name zoet (door water afkomstig uit de bergen) maar in de droge tijd vooral zout (vanwege de nabijgelegen golf van Thailand). Naast de nipa zien we ook vaak de mangrove appel, die door de stervormige vorm boven de ‘appel’ ook kan drijven en zo meer kans heeft om zich voort te planten. Ook wijst Bjorn ons op een hoog gebouw zonder ramen waar constant vogelgeluiden uit komen, er zijn er meerdere van in Kampot. Dit is om een bepaald soort zwaluw te lokken die vervolgens zijn nest maakt in het gebouw en deze nesten worden gebruikt om soep van te maken (birdnest soup), een delicatesse overgewaaid uit China, die heel wat geld kan opleveren.

Na een stuk gevaren te hebben gaan we even van de boot af en bezoeken we een lokale fruitplantage. Dichtbij het water staan mangobomen omdat deze gedeeltelijk onder water kunnen staan. De mango kan (net zoals veel bomen hier) tegelijk bloemen en vruchten hebben (in Europa hebben fruitbomen dat niet). Het is nu mangoseizoen en later op de boot doen we er ook eentje proeven. Naast mango’s zijn er ook doerian bomen, hier staat deze regio bekend om. Het seizoen van de doerian moet nog komen, maar we zien wel al wat bloemen ontstaan. Verder staan er op de plantage nog bananen en papaja bomen. Ook is er een mimosa plant te zien. Het is eigenlijk iets wat je liever niet wilt hebben, want het woekert behoorlijk, maar het heeft wel een leuk verdedigingsmechanisme. Zodra je het aanraakt of er tegen blaast laat de plant alle blaadjes hangen en lijken ze dood. Blijkbaar werd dit in de tijd van de khmer rouge gebruikt wanneer mensen ontsnapt waren om te kijken welke kant ze waren opgelopen.

Op de terugweg hebben we het nog even met bjorn over het feit dat Kampot de laatste tijd flink aan het groeien is. Vroeger gingen veel mensen naar het noordelijker gelegen Shinoukville, maar dat is tegenwoordig compleet overgenomen door Chinezen waardoor veel mensen nu naar Kampot zijn verplaatst. Dat is ook de reden dat Kampot zo Westers aanvoelt, de Cambodjaanse cultuur gaat in de stad een beetje verloren omdat er amper nog Khmer mensen wonen. Maar buiten de stad zijn ze er nog steeds, hoewel Bjorn ook al opmerkt dat er veel nieuwbouw plaatsvind en dat over een paar jaar het hier waarschijnlijk ook heel anders uit gaat zien. Sommige lokale families springen daar ook goed op in door bijvoorbeeld wit zand te graven vanuit de rivierbodem en dat te verkopen omdat resort graag een wit strand willen hebben. Tsja, toerisme het is goed voor de economie van een regio, maar het maakt ook veel kapot. Helaas doen wij daar (soms onbewust) ook aan mee.

Na de boottocht lunchen we nog evenbij Green house voor we terugkeren naar ons eigen hotel. Tijd om de koffers te gaan inpakken en nog een laatste keer te genieten van de zonsondergang.

8 thoughts on “Cambodja

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vul in ter controle * Tijdslimiet is verlopen. Ververs de CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.